Aanmelden
facebook twitter

Ontwikkeling van leren, geheugen en hersenen in de vroege puberteit

Voor dit onderzoek werkten het NTR en het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) samen. In het onderzoek werd gekeken naar de erfelijkheid van hersenontwikkeling en het vermogen om te leren. Het doel was in de eerste plaats meer leren over hoe het komt dat mensen verschillen in hun verstandelijke vermogens. Wordt dit vooral veroorzaakt door verschillen in de genen of in de omgeving? Tevens was het doel meer te weten komen over de invloed van geslachtshormonen op de ontwikkeling van de hersenen en het verstandelijk vermogen en over de samenhang tussen ontwikkeling van de hersenen en het vermogen om te leren. Met dit onderzoek hoopten de onderzoekers meer inzicht te krijgen in de normale ontwikkeling van de hersenen en het verstandelijk vermogen waardoor de oorzaken van verschillen tussen kinderen beter herleid kunnen worden. Dit zou in de in de toekomst kunnen leiden tot een beter begrip van psychiatrische ziektebeelden.

Om de ontwikkeling van de hersenen en de verstandelijke vermogens te kunnen volgen, werden de tweelingen die deelnemen aan het onderzoek zowel op negenjarige als elfjarige leeftijd onderzocht. Negen jaar is de leeftijd waarop de meeste kinderen de eerste tekenen van de puberteit vertonen en een belangrijke periode in de ontwikkeling van kinderen. Van groot belang bij dit onderzoek was dat ook de broertjes en/of zusjes van de tweeling in de leeftijdsgroep 9 tot 14 werden onderzocht. Voor deze leeftijd is gekozen, omdat deze leeftijd nog redelijk in de buurt ligt van 9 en 11 jaar. Kinderen jonger dan 9 worden niet meegenomen in het onderzoek, omdat deze niet bijdragen aan een beter begrip van veranderingen die ontstaan in de puberteit.

Het onderzoek bestond uit twee onderdelen. In het eerste gedeelte werden er op de VU testen afgenomen om de intelligentie en het leervermogen te bepalen. Op een andere dag werd er, na een kort interview, in het UMCU een hersenscan gemaakt. Naast de testresultaten en de hersenscan, wilden de onderzoekers graag informatie over hoever de kinderen in de puberteit waren. Dit werd bepaald aan de hand van de concentratie geslachtshormonen in urine en speeksel en met behulp van een vragenlijst. Tevens werd gekeken naar de concentratie cortisol in speeksel. Tenslotte wordt er DNA-materiaal verzameld voor eventueel vervolgonderzoek en om te bepalen of de tweeling één- of twee-eiig is.

Bij dit onderzoek waren ook betrokken:

Dr. Stéphanie van den Berg

Dr. Marcel Zwiers

Dr. Hilleke Hulshoff-Pol

Prof. dr. Dorret Boomsma

Prof. dr. René Kahn

Dr. Caroline van Baal