Aanmelden
facebook twitter

Ontwikkeling van cognitie en (probleem)gedrag in de late puberteit

Onderzoeker: Rosa Hoekstra

Waarom is het ene kind heel teruggetrokken en stil, terwijl een ander kind vaak druk en nadrukkelijk aanwezig is? Waarom krijgt de ene jongen al aan het eind van de basisschool de baard in de keel, terwijl de ander pas op latere leeftijd in de puberteit komt? In de puberteitsperiode vinden grote veranderingen plaats in zowel fysieke als mentale ontwikkeling. In hoeverre genetische factoren, of invloeden uit de omgeving bijdragen aan die ontwikkeling is niet goed bekend. Ook is weinig bekend over het effect van geslachts- en stresshormonen (zoals testosteron en cortisol) op de cognitie en gedragsontwikkeling. Met dit onderzoek hoopten we meer te weten te komen over dit soort processen.

209 gezonde tweelingparen van 17 jaar oud werden benaderd voor deelname. De ontwikkeling van deze groep tweelingen is vanaf de geboorte gevolgd door middel van vragenlijsten. Ook hebben ze op op 5-, 7-, 10-, en 12-jarige leeftijd meegewerkt aan cognitie onderzoek. Een vijfde meting op 17-jarige leeftijd biedt de mogelijkheid te onderzoeken of in de loop van de puberteit veranderingen in cognitie en gedrag zijn opgetreden. Ditmaal werden ook broers en zussen van de tweelingen (in de leeftijd 12 -20 jaar) gevraagd om mee te doen.

Bij de kinderen werden diverse cognitieve en neuropsychologische taken afgenomen. Bepaling van concentraties van geslachts-, stress- en groeihormonen vond plaats in zowel bloed als speeksel. Om groei- en puberteitsontwikkeling te bepalen werden lichaamslengte en –gewicht gemeten en werd een algemeen lichamelijk onderzoek verricht door een kinderarts. Voor dit project was een samenwerking aangegaan met de afdeling kindergeneeskunde van het VU medisch centrum.   

Waarom onderzoek bij Tweelingfamilies?

Tweelingfamilies vormen voor de wetenschap een unieke groep. Met onderzoek bij tweelingen en hun broers/zussen kunnen wetenschappers er achter komen in welke mate verschillen in gedrag of gezondheid worden beïnvloed door verschillen in erfelijke aanleg (de genen) of door verschil in leefomgeving. Eeneiige tweelingen zijn genetisch 100% identiek. Twee-eiige tweelingen en broers en zussen delen gemiddeld de helft van hun erfelijk materiaal.

Stel nu dat erfelijke aanleg van belang is voor het ontstaan van overgewicht. Dan zullen kinderen binnen één gezin, qua gewicht meer op elkaar lijken dan kinderen uit verschillende gezinnen. Tevens zullen leden van een eeneiig tweelingpaar meer in gewicht overeenkomen dan leden van een twee-eiige tweeling of andere broers en zussen.

Meer over neuropsychologische tests: Intelligentie

Iemands intelligentie, ofwel cognitieve vaardigheden, wordt gemeten door middel van een IQ-test. Deze test bestaat uit een groot aantal vragen, waar zo snel mogelijk het juiste antwoord op moet worden gevonden. Sommige vragen testen het taalbegrip, andere testen ondermeer ruimtelijk inzicht. De totaalscore op de verschillende onderdelen van de test resulteert in een bepaald getal, het IQ. In dit onderzoek zal de WAIS-III worden afgenomen.

WAIS-III

De WAIS-III (Wechsler Adult Intelligence Scale) is een test waarmee de intelligentie van 16 tot 85 jarigen wordt gemeten. Intelligentie kan op verschillende manieren gedefinieerd worden. Door Wechsler wordt intelligentie gedefinieerd als ‘het vermogen van het individu om doelgericht te handelen, rationeel te denken en effectief met zijn omgeving om te kunnen gaan’. Om dit te kunnen onderzoeken, worden 14 verschillende subtesten afgenomen, die ieder een ander aspect van de intelligentie meten. Bij elkaar geven deze subtesten een weergave van het algemene intelligentieniveau, waarbij ook een onderscheid gemaakt wordt tussen verschillende intelligentiegebieden. Jongeren die hebben deelgenomen aan het onderzoek ontvangen na afloop een rapport met de uitkomsten.

Leervermogen, aandacht en emotie

Met behulp van een aantal taken zullen verschillende cognitieve en neuropsychologische aspecten worden gemeten, zoals aandacht, verwerkingssnelheid, verbaal vermogen, plannen, geheugen, herkennen van emoties, en reactievermogen. Zo zal er worden onderzocht hoe goed de jongeren een lijstje woorden kunnen onthouden, en hoeveel tijd ze nodig hebben om te zien welke van twee lijnstukken het langste is. Een gedeelte van de taken wordt op de computer gedaan, het andere deel wordt door de onderzoekers afgenomen. Over het algemeen vinden mensen deze taken leuk om te doen.

Klik hier om meer te lezen over cortisol (deze link verwijst naar ander onderzoek bij het NTR, maar geeft wel nuttige informatie over dit hormoon)

Bij dit onderzoek waren ook betrokken:

drs. Paul Voorhoeve

dr. Meike Bartels

dr. Mirjam van Weissenbruch

Prof. dr. Dorret Boomsma

Prof. dr. Henriette Delemarre – van de Waal

dr. Caroline van Baal