Aanmelden
facebook twitter

Onderzoek naar rookgedrag en rookverslaving

Inleiding

Nicotine is erg verslavend, erger dan de meeste drugs. Maar lang voordat de afhankelijkheid optreedt is er een moment waarop de eerste sigaret wordt gerookt. Die eerste trekjes van een sigaret vallen meestal in de periode tussen de puberteit en jong-volwassenheid. Uit eerder onderzoek blijkt dat wie jong is begonnen, later gemiddeld meer sigaretten per dag rookt en relatief langer doorgaat met roken.

Vragenlijstonderzoek naar roken bij NTR

Bij het Nederlands Tweelingen Register loopt een vragenlijstonderzoek over gezondheid en leefgewoonten onder (jong)volwassen tweelingen en hun ouders, broers, zussen en partners. In 1991, 1993, 1995, 1997, 2000, 2002 en 2004 zijn vragenlijsten verstuurd over (onder andere) rookgedrag.

Resultaten tot nu toe

Uit het vragenlijst onderzoek is gebleken dat wel/niet beginnen met roken voor een groot deel beïnvloed wordt door omgevingsfactoren en maar voor een klein deel door erfelijke factoren. De kans om regelmatig te gaan roken was groter als iemand rokende broers of zussen heeft, maar werd vooral beïnvloed door het hebben van rokende vrienden. Daarnaast nam de kans om een roker te worden ook toe als iemand minder aan sport deed of regelmatig alcohol dronk.

Naast de vraag waarom mensen beginnen met roken is het belangrijk te weten waarom sommige rokers veel roken en andere maar weinig en waarom de ene roker veel meer verslaafd is aan nicotine dan de ander. Het onderzoek liet zien dat omgevingsinvloeden belangrijk zijn bij beginnen met roken, maar als iemand eenmaal rookt dan bepaalt erfelijke aanleg grotendeels hoeveel sigaretten iemand per dag rookt en hoe verslaafd diegene is.

De volgende stap was om in het DNA te zoeken naar gebieden die betrokken zijn bij rookgedrag. In elke cel van het lichaam bevindt zich DNA. Het DNA bestaat uit 46 chromosomen (23 paren) en deze chromosomen bevatten de erfelijke informatie. Voor rookgedrag zijn er (in dit Nederlandse onderzoek) verschillende gebieden gevonden op chromosomen 3, 6, 10 en 14 die duidelijk betrokken zijn bij rookgedrag. Resultaten van het onderzoek naar roken staan beschreven in het proefschrift van Jacqueline Vink.

Lopend onderzoek

Jacqueline Vink heeft een Veni subsidie ontvangen van NWO om verder onderzoek te doen naar de oorzaken en gevolgen van roken. In het onderzoek wordt in kaart gebracht welke genen ervoor zorgen dat de ene persoon veel gevoeliger is nicotineverslaving dan de andere persoon. Ook zal er gekeken worden welke omgevingsfactoren een rol spelen. Tenslotte zullen de gegevens over het rookgedrag gekoppeld worden aan andere medische databases waar bijvoorbeeld gegevens over kanker in staan (dit wordt alleen gedaan als deelnemers van het NTR hier toestemming voor hebben gegeven). Hierdoor kan er onderzocht worden wat de relatie tussen roken en bijvoorbeeld kanker is en of deze relatie wordt beïnvloed door erfelijke factoren of door omgevingsinvloeden.

Tenslotte

Dit onderzoek levert belangrijke informatie op over rookgedrag en rookverslaving en is alleen mogelijk dankzij de medewerking van vele tweelingen en hun familieleden, waarvoor onze hartelijke dank!