Aanmelden
facebook twitter

De erfelijkheid van aandacht en executieve functies

Op 26 juni 2007 heeft Tinca Polderman haar proefschrift, getiteld “Genetics of Attention and Executive Functioning”, met succes verdedigd aan de Vrije Universiteit. Voor haar promotie-onderzoek bestudeerde zij de erfelijke invloeden op aandacht en executieve functies.

Wat zijn aandacht en executieve functies?

Aandacht is een onderdeel van aandachtsproblemen. Kinderen met aandachtsproblemen zijn vaak hyperactief, impulsief en ongeconcentreerd. Als aandachtsproblemen zo ernstig zijn dat ze het dagelijks functioneren van het kind belemmeren, krijgen deze kinderen de diagnose “ADHD”. Zij hebben vaak problemen op school, hebben moeite met sociale contacten en vormen daarmee een probleem voor hun omgeving en voor zichzelf.

Executieve functies zijn cognitieve functies, (functies die met het denken te maken hebben) die ervoor zorgen dat je gedrag kan reguleren, plannen en organiseren. Onderdelen hiervan zijn concentratie, geheugen en selectieve aandacht. Vaak gebruik je in het dagelijkse leven deze functies tegelijkertijd. Wanneer je bijvoorbeeld fietst, moet je op het omringende verkeer letten, op de juiste richting, jezelf niet af laten leiden door reclameborden en dergelijke en bovendien de juiste handelingen met handen en voeten verrichten.

Tinca Polderman heeft in een grote groep 12-jarige tweelingen en hun broertjes en zusjes gegevens over aandachtsproblemen verzameld met gedragsvragenlijsten. Verder hebben alle kinderen tijdens een testdag op de VU computertaakjes gedaan die executieve functies meten, en is bij alle kinderen een intelligentie (IQ) test afgenomen. Alle tweelingen hadden op 5-jarige leeftijd aan een soortgelijk onderzoek meegedaan. Daardoor was het ook nog mogelijk om naar de ontwikkeling van deze eigenschappen gedurende de kindertijd te kijken. Een van de onderzoeksvragen was bijvoorbeeld of aandachtsproblemen van jonge kinderen een voorspeller zijn voor IQ scores later in de kindertijd.

Uit de resultaten bleek dat verschillen tussen kinderen in zowel aandachtsproblemen als executief functioneren voor een belangrijk deel door genetische aanleg worden verklaard. Dat gold zowel op 5-jarige als op 12-jarige leeftijd. Het feit dat kinderen die zich op 5-jarige leeftijd goed kunnen concentreren, dat op 12-jarige leeftijd nog steeds goed kunnen, is dus met name erfelijk bepaald.

Het onderzoek wees ook uit dat kinderen met aandachtsproblemen op 5-jarige leeftijd vaker een lagere IQ score hadden op 12-jarige leeftijd, dan kinderen zonder aandachtsproblemen. Het is dus belangrijk om aandachtsproblemen vroegtijdig te signaleren omdat kinderen die kwetsbaar zijn voor aandachtsproblemen mogelijk ook gevoelig zijn voor problemen op cognitief gebied, zoals het leren op school.

De groep tweelingen die aan dit onderzoek heeft meegedaan is een unieke groep binnen het NTR. Ze hebben op zowel 5- als 12-jarige leeftijd meegedaan aan onderzoek over aandacht en cognitie. Tinca Polderman heeft deze groep tweelingen, toen ze bijna 18 jaar waren, voor een derde maal op de Vrije Universiteit uitgenodigd om haar onderzoek naar aandacht en cognitie voort te zetten.