Aanmelden
facebook twitter

Beide toekenningen bevestigen Van Bergens wetenschappelijke talent en maken het haar mogelijk de komende jaren onderzoek te doen naar de invloed van genen en de omgeving op leesvaardigheid.

Op vrijdag 17 juli 2015 ontving biologisch psycholoog Elsje van Bergen (VU) de Sandak Young Investigator Award tijdens de conferentie van de Society for the Scientific Study of Reading in Hawaii (Verenigde Staten). Op dezelfde dag maakte de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) bekend dat zij de prestigieuze Veni-beurs krijgt voor haar onderzoek ‘Decoding the gene-environment interplay of reading ability’.

Binnen de internationale Society for the Scientific Study of Reading (SSSR) wordt onderzoek gedaan naar leesvaardigheid, variërend van de rol van genen en hersenprocessen tot dyslexie-interventies. De Young Investigator Award is bedoeld om getalenteerde wetenschappers te erkennen die op dit onderzoeksterrein bijzonder veelbelovend zijn. De award bestaat uit een certificaat en een vrij te besteden bedrag van 500 dollar. Met deze award is Elsje van Bergen nu ook internationaal erkend als veelbelovend onderzoekstalent op het gebeid van leesvaardigheid.

Twee onderzoeksprijzen op één dag
Op dezelfde dag dat zij de award van de SSSR kreeg, bereikte haar ook het nieuws dat ze de prestigieuze Veni-beurs kreeg toegekend door de NWO. Met deze financiële ondersteuning van €250.000,- kan Van Bergen de komende drie jaar onderzoek doen naar het samenspel van genen en omgeving op leesvaardigheid. Dit onderzoek zal zij uitvoeren bij de afdeling Biologische Psychologie van de faculteit Gedrags- en Bewegingswetenschappen en het Nederlands Tweelingregister. Van Bergen is zeer verheugd met beide toekenningen:  “Deze prijzen geven een impuls aan zowel het genetische leesonderzoek in Nederland als aan mijn academische carrière.”

Verstrengeling van genen en omgeving
Lezen doen we de hele dag door: van een studieboek tot ondertiteling en whatsappberichtjes. Gegeven het belang van goed en vlot lezen weten we eigenlijk heel weinig over het samenspel van genen en omgeving op leesvaardigheid. Neem bijvoorbeeld kinderen die een ouder hebben met dyslexie. Deze kinderen zijn erfelijk belast én groeien op in gezinnen waar misschien minder wordt gelezen. Van Bergen wil in haar Veni onderzoek die verstrengeling van genetische en omgevingsinvloeden ontrafelen. Daarvoor gaat ze het lezen in duizenden tweelingfamilies onderzoeken en geavanceerde statistische methoden toepassen.

VU-onderzoekers brengen genetica stofwisseling in kaart

12/06/2015

 

Onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam hebben in samenwerking met collega’s uit Europa en Australië de genetica van de stofwisseling in kaart gebracht. Daarvoor verzamelden zij bloedmonsters van meer dan 8.500 proefpersonen. In deze bloedmonsters zijn meer dan honderd verschillende stoffen gemeten die betrokken zijn bij de stofwisseling. Ook zijn er grote aantallen genetische varianten gemeten. De combinatie van deze gegevens leidde tot de ontdekking van bijna zestig genetische varianten die samenhangen met de niveaus van stofwisselingsproducten in het bloed. Van deze varianten zijn er vijf nooit eerder beschreven. De resultaten worden vandaag gepubliceerd in het tijdschrift Nature Communications.

Twee van de vijf nieuwe varianten werden gevonden in het gen dat verantwoordelijk is voor de omzetting van de stof ornithine, een bouwsteen van eiwitten. Eerder onderzoek leek al een verband te vinden tussen ornithine en het ontstaan van hart- en vaatziekten. Een genetische invloed op het ornithine gehalte in bloed kan helpen om dit verband verder te verduidelijken. Daarnaast vonden de onderzoekers een variant in een gen dat betrokken is bij de opname in kankercellen van medicijnen die worden gebruikt bij chemotherapie. Deze ontdekking is mogelijk van toepassing voor een verbeterde behandeling van bepaalde vormen van kanker.

Genen en (on)gezond eten

“Wat je eet heeft invloed heeft op je stofwisseling en op de samenstelling van je bloed”, zegt VU-onderzoeker Harmen Draisma. “Iedereen kent de gevaren van te veel en ongezond eten. Dat kan leiden tot een hoog cholesterolgehalte en aderverkalking met hart- en vaatziekten als gevolg. Maar door onderzoek zoals dat van ons wordt het steeds duidelijker dat genetische invloeden ook een rol spelen”. Eén van de manieren waarop dit onderzoek plaats vindt is via genetische associatiestudies.

Genoom-brede studie brengt stofwisseling in kaart

Miljoenen DNA-varianten worden bij grote groepen mensen gemeten en vervolgens in verband gebracht met hun verschillen voor een bepaalde eigenschap, zoals het cholesterolgehalte. Op deze manier kan een statistisch verband worden aangetoond tussen DNA-profielen en de eigenschap. In deze nieuwe studie, met deelnemers uit Europa en Australië, voerden onderzoekers een genoom-brede associatiestudie uit voor meer dan honderd verschillende stoffen in het bloed die betrokken zijn bij de stofwisseling.

Het onderzoek werd geleid door wetenschappers van de afdeling Biologische Psychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en gebruikte de gegevens en bloedmonsters verzameld door het Nederlands Tweelingen Register (NTR) verbonden aan de VU. Ruim 48.000 tweelingfamilies (ongeveer 175.000 mensen) zijn ingeschreven in het NTR. Het register is in 1987 opgericht door VU-hoogleraar Dorret Boomsma voor het doen van wetenschappelijk onderzoek naar geestelijke en lichamelijke gezondheid.

Genome-wide association study identifies novel genetic variants contributing to variation in blood metabolite levels. DOI: 10.1038/ncomms8208

Genen die het risico op schizofrenie beïnvloeden hebben ook positieve aspecten

09/06/2015

Genen die een rol spelen bij schizofrenie beïnvloeden ook creativiteit. Deze bevinding werd gedaan in een grote studie in IJsland.

In genetisch onderzoek is een bevinding geen bevinding totdat er replicatie is in een tweede, onafhankelijke studie. Daarom keken onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register (NTR) verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam of dit verband ook werd gezien in Nederland. Er wordt al langer verondersteld dat er een link is tussen creativiteit en psychiatrische aandoeningen zoals schizofrenie. De publicatie die 9 juni 2015 is verschenen in Nature Neuroscience, bevestigt die hypothese en biedt ook een verklaring voor het verband.

Genen die het risico voor schizofrenie verhogen hebben ook positieve aspecten
Het idee dat creativiteit en psychiatrische aandoeningen mogelijk een gemeenschappelijke basis hebben, gaat terug op waarnemingen bij beroemde kunstenaars zoals Vincent van Gogh. Als zo’n verband wordt verklaard door een set genen die het risico op schizofrenie verhoogt, maar tegelijkertijd de kans vergroot dat iemand creatieve talenten heeft, wordt ook een andere paradox opgelost. Namelijk: waarom genen met schadelijke effecten voor het individu (zoals schizofrenie genen) toch aanwezig blijven in de bevolking? Op sommige ziekten heeft natuurlijke selectie geen grip en soms is het duidelijk waarom.  Een voorbeeld: dementie ontstaat vaak op latere leeftijd en heeft meestal geen effect op hoeveel kinderen een persoon krijgt. Schizofrenie is wél nadelig voor reproductief succes, waarmee je zou verwachten dat genen voor schizofrenie langzaam verdwijnen omdat patiënten minder kinderen krijgen. Echter, als genen die het risico op schizofrenie verhogen ook gunstige effecten kunnen hebben - zoals creativiteit - verklaart dat mogelijk waarom de ziekte in de populatie blijft voortbestaan.

Creatieve mensen denken anders dankzij genotype
Voor de meeste psychiatrische aandoeningen weten we nog weinig over de onderliggende genetica en biologische processen die bij de ziekte zijn betrokken. Het idee dat aandoeningen zoals schizofrenie het extreem zijn van een normaal spectrum van menselijk gedrag en dat op een ander deel van dit spectrum bijvoorbeeld creativiteit is te zien, wordt sterkt ondersteund door dit onderzoek. Creatieve mensen hebben mede dankzij hun genotype de mogelijkheid om anders te denken. Wanneer die aanleg samengaat met schadelijke biologische of omgevingsfactoren, kan dit leiden tot psychiatrische aandoeningen. Onderzoeker Abdel Abdellaoui, die een deel van de statistische analyses heeft uitgevoerd: “Dankzij steeds grotere studies begint de moleculaire genetica in de laatste jaren genetische risicofactoren voor psychiatrische aandoeningen in kaart te brengen. Deze studie laat zien dat we die resultaten ook kunnen gebruiken om te verkennen in hoeverre psychiatrische aandoeningen biologische mechanismen delen met gezonde eigenschappen zoals creativiteit.”

Zie ook: Power, R et al. (2015) ‘Polygenic risk scores for schizophrenia and bipolar disorder predict creativity’ Nature Neuroscience

 

Wereldwijd wordt er aandacht besteed aan het artikel:

http://www.abc.net.au/science/articles/2015/06/09/4251389.htm

http://www.theverge.com/2015/6/8/8746011/creativity-genetics-schizophrenia-bipolar-decode

http://www.theguardian.com/science/2015/jun/08/new-study-claims-to-find-genetic-link-between-creativity-and-mental-illness

http://www.npr.org/sections/health-shots/2015/06/08/412314685/do-creativity-and-schizophrenia-share-a-small-genetic-link-maybe

Internationaal consortium ontdekt 'gen voor neuroticisme'

21/05/2015

Hoe wordt onze persoonlijkheid gevormd? Mensen verschillen enorm van elkaar in allerlei aspecten van persoonlijkheid.
Een van de belangrijkste persoonlijkheidsdimensies, die terug komt in ieder classificatiesysteem, is neuroticisme. Dit is een persoonlijkheidstrek die onze emotionele stabiliteit (of instabiliteit) omschrijft. Mensen die hoog scoren op neuroticisme lopen een hoger risico op het ontwikkelen van depressie, maar ontwikkelen ook vaker somatische aandoeningen. Waarom?

Uit onderzoek bij tweelingfamilies was al bekend dat verschillen in erfelijke aanleg een belangrijke rol spelen in het verklaren van verschillen tussen mensen. Opmerkelijk genoeg vinden deze onderzoeken niet dat het gezin waarin mensen opgroeien een rol speelt.

Een internationaal team van wetenschappers, onder leiding van onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam en de universiteit van Twente, heeft nu de eerste genetische variant ontdekt die samenhangt met neuroticisme. Het betreft een gen op chromosoom 3. Deze resultaten zijn onlangs gepubliceerd in de nieuwste uitgave van het tijdschrift JAMA Psychiatry.

De onderzoekers hadden de beschikking over gegevens van meer dan zeventigduizend deelnemers. Die deelnemers hebben een of meerdere vragenlijsten ingevuld over  hun persoonlijkheid. Ook werden bij deze personen honderdduizenden genetische varianten verspreid over het genoom gemeten. De bevindingen zijn het resultaat van een grootschalige internationale samenwerking tussen 30 verschillende onderzoeksgroepen verspreid over Europa, de Verenigde Staten en Australië.

Eén genetische variant sprong naar voren en bleek het sterkst samen te hangen met neuroticisme. Deze variant op chromosoom 3 ligt in een gen dat eerder in verband is gebracht met bipolaire stoornis, terugkerende depressie en schizofrenie. Deze specifieke genetische variant verklaart een klein deel van de individuele verschillen in neuroticisme. Als gekeken wordt naar een optelsom van alle genetische varianten, waarvan we in staat zijn om die op dit moment te meten, verklaren die tezamen ongeveer 15% van de verschillen tussen mensen in neuroticisme. Ook blijkt deze optelsom van genetische varianten voorspellend voor depressie. Hiermee is dus een eerste verklaring gevonden waarom mensen die hoog scoren op Neuroticisme een hoger risico lopen op depressie.

Het onderzoek laat zien dat sommige mensen meer aanleg hebben voor emotionele instabiliteit, en dat vele genen verantwoordelijk zijn voor deze aanleg.

Het artikel Meta-analysis of Genome-wide Association Studies for Neuroticism, and the Polygenic Association With Major Depressive Disorder verscheen 21 mei 2015 online in JAMA Psychiatry.

Waarom kan het ene kind makkelijk leren, terwijl het andere moeite heeft om mee te komen op school? Waarom kan het ene kind niet op zijn stoel blijven zitten, terwijl het andere zonder problemen zelfstandig kan werken? VU-onderzoeker Eveline de Zeeuw onderzocht de oorzaken van verschillen tussen basisschoolkinderen in schoolprestaties en gedrag. Klik hier om verder te lezen.

NTR-onderzoeker bij RTL Late Night én De Nationale Tweelingtest

25/02/2015

Vrijdagavond 6 maart was dr. Dirk Smit te gast bij RTL Late Night met Humberto Tan, klik hier om de uitzending te bekijken.

Dirk Smit is Universitair Docent bij de afdeling Biologische Psychologie en verbonden aan het Nederlands Tweelingen Register (NTR). Hij trad namens het NTR op als tweelingdeskundige in het nieuwe SBS6-programma 'De Nationale Tweelingtest'.

Nieuwe genen ontdekt die de hersenstructuur beïnvloeden

22/01/2015

Een internationaal team van wetenschappers, waaronder onderzoekers van de Vrije Universiteit Amsterdam, heeft vijf nieuwe genetische varianten ontdekt die van invloed zijn op de anatomie van het brein. Zij publiceren hierover in de nieuwste uitgave van het tijdschrift Nature. Het onderzoek werd uitgevoerd in een samenwerkingsverband van bijna 300 wetenschappers verbonden aan 193 instituten wereldwijd. De VU werd in deze groep onderzoekers vertegenwoordigd door hoogleraren Dorret Boomsma en Eco de Geus, en MRI-onderzoekers Anouk den Braber en Dennis van ’t Ent, verbonden aan het Nederlands tweelingen Register (NTR) in Amsterdam.

Vijf genetische varianten van invloed op dieper gelegen gebieden in het brein
Resultaten van het onderzoek naar genetische informatie en MRI hersenscans van meer dan 30.000 personen hebben geleid tot de ontdekking van deze nieuwe genen. VU-onderzoeker en MRI-expert Van ’t Ent licht toe: “In deze studie hebben we vijf genetische varianten ontdekt die van invloed zijn op het volume van dieper gelegen gebieden in het brein, de zogenaamde subcorticale structuren. Die hersenstructuren zijn onder andere betrokken bij leren en geheugen, bewegingscontrole en motivatie.”

Nieuwe inzichten in oorzaken individuele verschillen
De resultaten bevestigen en bouwen voort op eerder onderzoek van het NTR waarin onderzoekers aantonen dat hersenstructuur beïnvloed wordt door erfelijke aanleg. “Dit geeft ons belangrijke nieuwe inzichten in de oorzaken van individuele verschillen in hersenontwikkeling. Ons genoom speelt daarin een zeer prominente rol. Identificatie van genetische varianten leert ons ook meer over de biologische processen die ten grondslag liggen aan abnormale ontwikkeling van hersengebieden, die kan leiden tot verschillende neuro-psychiatrische aandoeningen”, aldus Van ’t Ent.

Nederlands Tweelingen Register (NTR)
Het NTR werd op 1 februari 1987 opgericht door VU-hoogleraar Dorret Boomsma ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek. In het register staat een groot aantal gezinnen met jonge twee-, drie en vierlingen ingeschreven, samen met duizenden volwassen meerlingen en hun familieleden. Alle deelnemers doen mee aan langlopend onderzoek, in totaal meer dan 175.000 personen, waarvan ruim 87.000 zelf deel zijn van een meerling. Het NTR onderzoekt de bijdrage van erfelijke aanleg aan persoonlijkheid, groei, ontwikkeling, ziekte en risicofactoren voor bepaalde ziektes. Dat gebeurt in de eerste plaats door informatie van meerlingfamilies te relateren aan de biologische verwantschap, maar daarnaast in toenemende mate –zoals in het Nature paper- in genetisch associatie onderzoek met DNA-varianten.

Het artikel Common genetic variants influence human subcortical brain structures verscheen 21 januari 2015 in Nature.