Aanmelden
facebook twitter

Gen dat rookgedrag beïnvloedt zorgt ook voor hoger lichaamsgewicht niet-rokers

09/12/2014

Een gen dat tot nu toe altijd in verband werd gebracht met rookgedrag blijkt sterk samen te hangen met lichaamsgewicht en Body Mass Index (BMI) van niet-rokers. Dat blijkt uit onderzoek van een groot internationaal consortium, waar ook het Nederlands Tweelingen Register (NTR) van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) aan deelneemt.

Effecten
Uit eerder onderzoek van het NTR is bekend dat rookgedrag voor een deel erfelijk bepaald is. Er is inmiddels ook een variant in een nicotine-receptor gen gevonden dat ervoor zorgt dat sommige rokers meer sigaretten roken dan anderen. Nu blijkt dat deze genvariant ook zorgt voor een lager BMI bij rokers, maar voor een hoger BMI bij mensen die nooit gerookt hebben. Deze genvariant heeft dus een ander effect bij rokers dan bij niet-rokers.

BMI
De grote vraag is waarom deze genvariant bij niet-rokers samenhangt met een hoger BMI. Jacqueline Vink van het Nederlands Tweelingen Register zegt hierover: “Een mogelijke verklaring is dat de variant niet alleen betrokken is bij de reactie op nicotine, maar ook een meer algemene rol speelt bij het gevoel van beloning. Dat kan een prettig gevoel zijn na het roken van een sigaret, maar dat kan net zo goed een prettig gevoel zijn na het eten van een lekkere maaltijd, een tussendoortje of een dropje. Waar rokers met deze genvariant een gevoel van voldoening halen uit een sigaret, doen niet-rokers met dezelfde genvariant dat uit lekker eten”. Dat betekent dat we in de discussie over obesitas moeten erkennen dat sommige mensen gevoeliger zijn voor de effecten van voedsel en meer moeite hebben om eten te laten staan. Omdat bekend is hoe weinig effectief algemene richtlijnen zijn als het gaat om matig eten, is dat belangrijke informatie.

Subgroepen
Deze studie laat zien hoe belangrijk het is om meerdere factoren mee te nemen in genetische studies. De samenhang tussen deze genetische variant en BMI was niet aan het licht gekomen als de deelnemers niet waren onderverdeeld in rokers en niet-rokers. Het is heel goed mogelijk dat er nog meer genetische varianten zijn die BMI of gezondheid beïnvloeden, maar die nog niet ontdekt zijn omdat het verband alleen in bepaalde subgroepen, zoals rokers of niet-rokers, tot uiting komt. 

Dit onderzoek is uitgevoerd door een groot consortium genaamd Consortium for Causal Analysis Research in Tobacco and Alcohol (CARTA). Het is gecoördineerd door de universiteit van Bristol en er hebben 29 individuele studies aan bijgedragen waaronder het Nederlands Tweelingen Register. In totaal waren er gegevens beschikbaar voor bijna 150.000 mensen. Het paper ‘Stratification by smoking status reveals an association of CHRNA5-A3-B4 genotype with body mass index in never smokers’ door Taylor et al is 5 december gepubliceerd in PLOS Genetics.

Diverse media over dit onderzoek:

Radio 1: 15 december (vanaf 52 minuten)

Parool (voorpagina) van 15 december

eos wetenschap

Telegraaf van 10 december

medicalfacts.nl 

Genen gevonden die puberteit bij meisjes beïnvloeden

23/07/2014

De leeftijd waarop meisjes in de puberteit komen verschilt sterk: bij sommige meisjes kan dat al op achtjarige leeftijd zijn, bij andere pas na hun veertiende jaar of nog later. Een aantal jaar geleden liet onderzoek van het Nederlands Tweelingen Register al zien dat de leeftijd waarop meisjes gaan menstrueren sterk afhankelijk is van hun erfelijke aanleg. Deze week meldt een grote groep onderzoekers, onder meer van de Universiteit van Cambridge en van het Nederlands Tweelingen Register, in het wetenschappelijk tijdschrift Nature welke genen hierbij een rol spelen. De wetenschappers onderzochten het DNA van 182.416 vrouwelijke deelnemers. Van de 123 erfelijke varianten die van invloed bleken op de leeftijd van de eerste menstruatie ging het in zes gevallen om zogenoemde ingeprinte genen. Meestal zijn fysieke eigenschappen een ongeveer gemiddelde combinatie van de genen van beide ouders, maar bij ingeprinte genen heeft het genetisch materiaal van de moeder of van de vader veel meer invloed dan het genetisch materiaal van de andere ouder. Voor de leeftijd waarop meisjes voor het eerst gaan menstrueren werden zowel genen gevonden die alleen actief waren als ze overgeërfd waren van de vader als genen die alleen actief waren als ze overgeërfd waren van moeder. Dit is een van de eerste onderzoeken waaruit blijkt dat ingeprinte genen ook na de geboorte een rol spelen in de ontwikkeling van kinderen en jongeren. De resultaten zijn ook van belang om de link tussen vroege puberteit,  vruchtbaarheid, de kans op diabetes en op borstkanker op latere leeftijd te onderzoeken.

Referentie

Perry, JRB et al. Parent-of-origin specific allelic associations among 106 genomic1 loci for age at menarche. Nature; 23 July 2014. DOI 10.1038/nature13545

Roken tijdens adolescentie leidt tot aandachtsproblemen

04/07/2014

Studie bij eeneiige tweelingen waarvan de een rookt en de ander niet

Roken heeft een direct effect op zich nog ontwikkelende hersenen tijdens de adolescentie en leidt tot aandachtsproblemen. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam onder 2.635 eeneiige tweelingparen uit het Nederlands Tweelingen Register (NTR). Klik hier om het volledige persbericht te lezen. De publicatie in Biological Psychiatry vindt u hier.

Verschillende media besteden aandacht aan het onderzoek:

- dit artikel verscheen op 8 juli in o.a. Haarlems Dagblad
- nieuws.nl
- medicalfacts.nl
- gezondheidsnet.nl
- infonu.nl

Dorret Boomsma wordt Akademiehoogleraar

24/04/2014

De KNAW kent dit jaar de Prijs Akademiehoogleraren toe aan biologisch psychologe Dorret Boomsma (VU) en organisch chemicus Bert Meijer (TU/e). Beide wetenschappers ontvangen een miljoen euro, te besteden aan een door henzelf te kiezen wetenschappelijk doel.

Over de Prijs Akademiehoogleraren

Elk jaar krijgen twee onderzoekers de Prijs Akademiehoogleraren toegekend: één onderzoeker uit de sociale of geesteswetenschappen en één onderzoeker uit de natuurwetenschappen, de technische wetenschappen of de levenswetenschappen. De prijs bekroont het oeuvre van onderzoekers tussen de 54 en 59 jaar oud die hebben bewezen binnen hun vakgebied te behoren tot de wereldtop. De twee winnaars zijn geselecteerd door een internationale jury die werd samengesteld door de KNAW. De prijzen worden op 26 juni aanstaande uitgereikt in het Amsterdamse Trippenhuis, de thuisbasis van de KNAW.

Over Dorret Boomsma

Prof. dr. D.I. Boomsma (56) is hoogleraar Biologische Psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij dankt haar reputatie mede aan het ooit door haar opgezette Nederlandse Tweelingen Register, een internationaal vooraanstaand bestand met gegevens van tienduizenden tweelingen.
Tweelingen zijn interessant voor onderzoek naar de invloed van genetische aanleg en de omgeving waarin kinderen opgroeien. Eeneiige tweelingen hebben een identieke genetische achtergrond, en door hen te vergelijken met twee-eiige tweelingen en ‘gewone’ broers en zussen ontrafelen onderzoekers hoe zeer genen bijgedragen aan een bepaalde eigenschap.
Dorret Boomsma begon haar Nederlandse Tweelingen Register in 1987. Inmiddels bevat het register gegevens van meer dan 50 duizend tweelingen en meer dan 50 duizend familieleden. Veel van hen hebben ook DNA-, bloed- of urinemonsters afgestaan. Daarmee is het een van de grootste en belangrijkste tweelingenregisters wereldwijd.
Boomsma’s onderzoeksgroep telt nu meer dan vijftig onderzoekers. Aanvankelijk lag hun focus op gedragseigenschappen en stress, maar geleidelijk aan verbreedde de aandacht naar de geestelijke en de lichamelijke gezondheid en de leefgewoonten en eigenschappen die daar een rol in spelen.
Boomsma bekijkt tweelingen op meerdere momenten in hun leven. Zo laat ze zien dat de invloed van genen niet constant is. Mentale problemen als aandachtsstoornissen en ADHD zijn vooral bij zeer jonge kinderen erfelijk bepaald; als ze ouder worden, groeit de invloed van opvoeding en omgeving. Het omgekeerde geldt voor intelligentie: bij oudere kinderen spelen de genen meer mee in hoe goed ze op school presteren.
Boomsma is sinds 2001 lid van de KNAW. In 2001 kreeg ze de Spinozapremie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. In 2008 kreeg Boomsma een ‘advanced grant’ van de European Research Council voor erfelijk onderzoek naar geestesziekten. Ook kreeg ze de James Shield Award van de International Twin Society, de Dr. Hendrik Muller Prize for Behavioural and Social Sciences en de KNAW-Merianprijs. Ze is (co)auteur van veelgeciteerde artikelen in onder meer Science en Nature.

Bron

Een Nederlandse tweeling op het Olympisch podium!

10/02/2014

Goud voor Michel en brons voor Ronald Mulder op de 500 meter en wederom een geheel oranje podium. Onze hartelijke felicitaties aan deze schaatshelden!

Klik hier om te zien wat Professor Meike Bartels over tweelingen en sport vertelde in EditieNL.