Aanmelden
facebook twitter

VU onderzoekers dragen bij aan de ontdekking van 14 nieuwe genetische varianten die de hartslag beïnvloeden

15/04/2013

In een grootschalige internationale samenwerking, geleid door onderzoekers in New York (USA) en Cambridge (UK), zijn genetische varianten opgespoord die de rusthartslag beïnvloeden en mogelijk van belang zijn bij het ontstaan van hartritmestoornissen. Maar liefst 268 onderzoekers uit 211 onderzoeksgroepen, waaronder die van het Nederlands Tweelingen Register aan de Vrije Universiteit, leverden gegevens aan de studie. De publicatie over de studie getiteld “Identification of Heart Rate-Associated Loci and Their Effects on Cardiac Conduction and Rhythm Disorders” verschijnt deze week online in het April nummer van Nature Genetics.

Met gegevens over de hartslag en het DNA van 181,171 participanten werd van verschillend genen vastgesteld dat ze geassocieerd waren met verschillen in de rusthartslag. Door in fruitvliegen en zebravissen de expressie van deze genen experimenteel te onderdrukken werd duidelijk hoe de genetische varianten de hartslag verhoogden of verlaagden.

De rusthartslag is een goede indicator van de regulatie van het hartritme. Door een beter begrip van de erfelijke factoren in deze regulatie hopen de onderzoekers weer een stapje gezet te hebben naar betere voorspelling en behandeling van hart- en vaatziekten.

Slaapduur bij jongeren bepaald door genen en omgeving

13/11/2013

Verscheidene media besteden aandacht onderzoek naar slaapduur bij jongeren waar het NTR aan meewerkte:

www.gezondheidsnet.nl

nu.nl

www.nationalezorggids.nl

Het artikel dat uit dit onderzoek voortkwam vindt u hier.

'One size fits all bestaat niet'

30/09/2013

EMGO+-directeur Eco de Geus over erfelijkheid en samenleving in Synaps nummer 82, wetenschapsmagazine van VUmc.

Genetische verschillen tussen verschillende bevolkingroepen in Nederland

04/09/2013

In hun onderzoek naar genetische varianten die bijdragen aan het ontstaan van depressie, ontdekten genetici van de VU dat het belangrijk is om rekening te houden met in Nederland aanwezige genetische verschillen tussen bevolkingsgroepen die terug gaan op oude demografische trends.

De grootste genetische verschillen binnen Nederland worden gezien tussen Noord- en Zuid-Nederlanders. Deze verschillen zijn hoogstwaarschijnlijk in stand gehouden zijn door de relatief sterke segregatie van het katholieke zuiden en protestantse noorden gedurende de laatste eeuwen. In de afgelopen 50 jaar is in Nederland een grote toename van het aantal mensen dat niet langer actief gelovig is. Zij huwen vaker dan de religieuze groepen met een partner die van verder weg komt en die niet dezelfde genetische achtergrond heeft als hun eigen voorouders. Hierdoor hebben niet-gelovigen significant meer genetische variatie dan katholieken of protestanten. Dit blijkt gevolgen te hebben voor genetische studies naar eigenschappen die met religie samenhangen.

Als voorbeeld laten de onderzoekers zien dat een studie naar de effecten van homozygote varianten, waarbij dezelfde genetische variant van beide ouders wordt geërfd, de indruk kan wekken dat homozygote varianten samenhangen met depressie. Deze observatie kan echter verklaard kan worden doordat religieuze mensen gemiddeld minder depressief zijn en meer verre voorouders delen dan niet-religieuze mensen. VU-onderzoeker Abdel Abdellaoui van het Nederlands Tweelingen Register licht toe: “Dit soort studies worden gedaan door een groot gedeelte van het genoom in kaart te brengen, en vervolgens het aantal homozygote varianten te vergelijken tussen groepen met en zonder een bepaalde aandoening of ziekte. Wij laten zien dat je bij dat soort studies rekening moet houden met historische en sociale factoren die ervoor kunnen zorgen dat er genetische verschillen ontstaan tussen groepen die in feite niks met de ziekte te maken hebben.”

Het artikel van Abdellaoui et al is hier te lezen.

Lees hier een artikel over het onderzoek dat in NRC verscheen en hier het artikel dat in NRC Next verscheen.

Interview met Lot Geels over alcoholconsumptie

20/08/2013

NTR-onderzoeker Lot Geels concludeert dat beginnen met het drinken van alcohol op jonge leeftijd geen oorzaak is van verhoogde alcoholconsumptie op latere leeftijd. Het is waarschijnlijk wel een indicator van het hebben van een genetische aanleg voor alcoholgebruik. Zij licht haar onderzoek toe in een podcast van het Tijdschrift voor Psychiatrie: www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl/podcasts

Klik hier om het artikel van Lot Geels te lezen.

Psychiatrische aandoeningen lijken genetisch sterk op elkaar

12/08/2013

Gerichter onderzoek naar nieuwe behandelmethodes met kennis over genetica

Psychiatrische aandoeningen zoals depressie, schizofrenie en bipolaire stoornis blijken genetisch sterk op elkaar te lijken. Dat hebben wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam samen met internationale collega’s aangetoond in het tijdschrift Nature Genetics. Het is de eerste keer dat wetenschappers laten zien dat bij verschillende psychiatrische stoornissen dezelfde genen een rol lijken te spelen. Deze kennis biedt mogelijkheden voor gerichter onderzoek naar nieuwe behandelmethodes.

Psychiatrische aandoeningen lijken meer op elkaar dan gedacht

De wetenschappers onderzochten de genetische informatie van ruim 75.000 mensen. Zoals verwacht bleken dezelfde genen een rol te spelen bij mensen met dezelfde psychiatrische aandoening. Maar tot hun verrassing zagen de wetenschappers ook sterke genetische overeenkomsten tussen mensen met verschillende psychiatrische aandoeningen. “Genetisch gezien lijken psychiatrische aandoeningen dus meer op elkaar dan gedacht,” zegt Danielle Posthuma, hoogleraar aan het Center for Neurogenomics and Cognitive Research van de VU. “Blijkbaar hebben ze een gemeenschappelijke biologische oorzaak, waardoor behandelmethoden die momenteel voor de ene psychiatrische aandoening worden gebruikt, mogelijk ook werken bij een andere aandoening.”

Gerichter behandelen

“Ondanks de grote impact op patiënten en hun sociale omgeving is er nog veel onbekend over het ontstaan van deze psychiatrische aandoeningen. Wanneer we eenmaal weten welke genen een rol spelen in het ontstaan van deze aandoeningen, kunnen we gerichter onderzoek doen om de biologische oorzaken van psychiatrische aandoeningen te begrijpen en vervolgens nieuwe behandelmethoden te ontwikkelen,” aldus Posthuma.

Genetic Cluster Computer

Vanwege de grote hoeveelheid onderzoeksgegevens maakten de wetenschappers gebruik van de rekenkracht van een superkrachtige computer in Nederland: de Genetic Cluster Computer. Deze computer is ontwikkeld door SURFsara, de VU en NWO.

Steeds minder tweelingen in Nederland

23/07/2013

Het aantal tweelinggeboorten is sinds 2005 met meer dan 10% gedaald. Onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register (NTR) aan de Vrije Universiteit Amsterdam publiceerden deze week in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde over de afname van met name het aantal twee-eiige tweelingen. De belangrijkste oorzaak van deze ontwikkeling is de daling van het aantal tweelingzwangerschappen na in-vitrofertilisatie (IVF). Doordat de kans op een succesvolle zwangerschap na IVF sinds de invoering van deze technieken in de jaren 80 sterk is verbeterd, kiezen artsen er steeds vaker voor om slechts één embryo terug te plaatsen in de baarmoeder. Eerder werden juist meerdere embryo's geplaatst om de kans van slagen te verhogen. Het aantal twee- en drielingzwangerschappen steeg in de jaren 90 dan ook met meer dan 30 procent. Naast de invloed van IVF speelde in die periode ook de gestegen leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind kregen een rol. De kans op het krijgen van een tweeling is voor moeders ouder dan 35 jaar naar schatting 2,5 keer zo hoog als voor moeders jonger dan 25 jaar. In de afgelopen tien jaar is de gemiddelde moederleeftijd vrijwel constant gebleven.

In 2012 was nog steeds 1 op de 30 pasgeborenen kinderen in Nederlander deel van een twee- of meerling. Tien jaar eerder was dit zelfs 1 op de 26!

Verder blijkt uit het artikel dat het risico op doodgeboorte of zuigelingensterfte nog steeds duidelijk groter is bij meerlingen dan bij eenlingen. Ook worden tweelingen en vooral drie- en vierlingen gemiddeld enkele weken eerder geboren dan eenlingen en hebben zij vaker een laag geboortegewicht. Uit onderzoek van het Nederlands Tweelingen Register blijkt dat de meeste meerlingen hun groeiachterstand in de loop van hun jeugd inhalen en dat de IVF-tweelingen het net zo goed doen in hun ontwikkeling als de spontane meerlingen. Ook op school doen tweelingen niet onder voor andere kinderen, als rekening wordt gehouden met hun plaats in het gezin. Uit NTR-onderzoek is ook bekend dat de oudste kinderen in het gezin op school iets beter presteren dan hun jongere broers en zusjes. Tweelingen zijn echter vaak de jongste kinderen in het gezin.

Lees hier het artikel 'Meerlinggeboorten in Nederland'.

Vijf nieuwe genetische varianten ontdekt voor migraine

24/06/2013

In de grootste migrainestudie tot nu toe hebben onderzoekers vijf nieuwe gebieden in het genoom ontdekt die samenhangen met het ontstaan van migraine. Dit biedt belangrijke nieuwe aanknopingspunten die kunnen leiden tot een beter inzicht in de oorzaken van deze aandoening. Onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register (VU Amsterdam) werkten hiervoor samen met een team van 29 internationale onderzoeksgroepen, waaronder het Leids Universitair Medisch Centrum en het Erasmus MC Rotterdam.

In totaal werden er 12 gebieden in het genoom gevonden die geassocieerd waren met migraine. Van acht van deze gebieden wordt vermoed dat ze een rol spelen bij het ontstaan en het reguleren van connecties tussen zenuwcellen. Voor nog eens 134 andere gebieden zijn er ook aanwijzingen dat ze een rol spelen bij de aandoening.

Migraine is een ernstige hoofdpijnaandoening die voorkomt bij ongeveer 14% van alle volwassenen. In de recente 'Global Burden of Disease' studie stond migraine hoog op de lijst met invaliderende aandoeningen. Migraine is tevens de neurologische aandoening die de hoogste kosten met zich meebrengt. Wat het onderzoek naar migraine bemoeilijkt is dat er tussen twee migraineaanvallen door geen meetbare afwijkingen zijn bij de patiënt.

De bevindingen zijn het resultaat van een vergelijking van de resultaten van 29 studies met in totaal meer dan 100.000 proefpersonen. Meer dan 23.000 hiervan waren migrainepatiënt. De onderzoekers denken dat de ontdekte genetische gebieden samen zorgen voor een ontregeling van processen in het brein, waardoor de symptomen van migraine ontstaan.

Gegevens van deelnemers van het Nederlands Tweelingen Register (NTR) droegen bij aan de ontdekking van de nieuwe genetische varianten. Onderzoekster Lannie Ligthart die namens het NTR bijdroeg aan de nieuwe publicatie zegt hierover: "Ik ben 8 jaar geleden begonnen met tweelingenonderzoek naar migraine. Daaruit wisten we al dat erfelijke aanleg een belangrijke rol speelt bij migraine. Het bleek echter lastig om erachter te komen welke genen er precies betrokken waren bij de aandoening. We weten inmiddels dat je daarvoor zeer grote groepen deelnemers nodig hebt. Daarom hebben we de handen ineengeslagen met collega’s uit de hele wereld, met deze studie als resultaat. Deze bevindingen zullen ertoe leiden dat we beter gaan begrijpen welke biologische processen migraine veroorzaken. Dat zal uiteindelijk leiden tot betere behandelmogelijkheden."

De resultaten van deze studie verschenen 23 juni in Nature Genetics.

In een grote internationale studie, waarbij genetische varianten van 126.559 proefpersonen in kaart zijn gebracht, zijn drie genetische varianten ontdekt die significant bijdragen aan de erfelijkheid van opleidingsniveau. Het Nederlands Tweelingen Register is een van de 129 onderzoeksgroepen die hieraan heeft bijgedragen.

"De gevonden varianten hebben kleine effecten die we alleen met een groot aantal deelnemers hebben kunnen vinden. Deze studie laat onder andere zien dat er genetische varianten bij cognitieve eigenschappen betrokken zijn die ieder afzonderlijk een hele kleine bijdrage leveren. Op grond van tweelingonderzoek weten we dat er nog veel meer varianten zijn die bijdragen aan variatie in opleidingsniveau. De andere varianten kunnen we met de huidige methodologie alleen opsporen door nog meer deelnemers te includeren," licht Abdel Abdellaoui toe. "Ondanks de relatief kleine effecten kunnen de genetische varianten die ontdekt zijn tot belangrijke inzichten in de onderliggende biologische processen leiden."

"Zoals veel aspecten van menselijk gedrag is opleidingsniveau afhankelijk van zowel omgevingsfactoren als genen. Met dit onderzoek zetten we de eerste stap naar het vaststellen welke genetische factoren dat zijn," legt een van de senior onderzoekers van de Erasmus Universiteit uit. Dr Koellinger zegt: "De genetische associaties die we nu ontdekt hebben, vormen nog maar een klein stukje van een hele grote puzzel. Maar onze bevindingen hebben wel degelijk verstrekkende consequenties. Uit ons onderzoek blijkt dat een variatie op zichzelf veel minder effect heeft op opleidingsniveau dan veel onderzoekers hadden verwacht. Toch is het van belang dat we deze genetische varianten gevonden hebben, omdat we daardoor naar de onderliggende biologische redenen van menselijk gedrag geleid worden. Als we die biologische grondslagen beter begrijpen, kunnen we in de toekomst duidelijker maken hoe de combinatie van omgeving en genen een invloed hebben op de menselijke ontwikkeling, zowel op sociaal-economisch als op medisch vlak."

Professor Albert Hofman van het Erasmus MC voegt daaraan toe: "Daarnaast zijn de resultaten van dit onderzoek van groot belang voor medisch onderzoek. We willen bijvoorbeeld weten waarom sommige mensen langer scherp blijven naarmate ze ouder worden, terwijl anderen door hun genetische aanleg eerder aan dementie gaan lijden. Door het onderzoeken van soortgelijke aspecten van menselijk gedrag, zoals opleidingsniveau, onder grote groepen proefpersonen, kunnen we de vinger leggen op biologische mechanismen die we anders nooit hadden gezien."

De publicatie over de studie, getiteld 'GWAS of 126,559 Individuals Identifies Genetic Variants Associated with Educational Attainment' verscheen op 30 mei in Science Express.

Nieuwe genen gevonden voor biologische veroudering

09/04/2013

Onderzoekers die samenwerken in het Netherlands Consortium for Healthy Ageing (NCHA) en de University of Leicester in Engeland hebben met een uitgebreide genoomwijde associatiestudie (GWAS) nieuwe genen in kaart gebracht die van invloed zijn op telomeerlengte.

 

De onderzoekers publiceerden hun resultaten op 27 maart in het toonaangevende tijdschrift Nature Genetics. In het UMCG en in Leicester werd de telomeerlengte bepaald van Nederlandse deelnemers uit grote onderzoeksprojecten van het Erasmus MC, het Nederlands Tweelingen Register van de VU, de Leiden Lang Levenstudie van het LUMC en de PREVEND studie van het UMCG. Voor een groot aantal genetische varianten werd onderzocht of ze waren geassocieerd met telomeerlengte. Er werden nieuwe genen gevonden die de telomeerlengte bepalen. Ook vonden de onderzoekers dat deze genen verband houden met het risico op hart en vaatziekten. Deze kennis is van belang om de genetica van telomeren en hun rol in veroudering en ziekte te bestuderen.

Telomeren vormen de uiteinden van chromosomen in ons erfelijk materiaal en worden korter bij het ouder worden. De telomeerlengte werd bepaald in het bloed van grote aantallen ouderen. Een korte telomeerlengte waargenomen in bloed houdt verband met een snelle biologische veroudering, een groter risico op hart en vaatziekten en kanker en een kortere levensduur van ouderen. De Nederlandse onderzoekers vonden eerder dat erfelijke factoren en schade aan erfelijk materiaal bij het ouder worden de lengte van telomeren bepalen.

Grote groepen
Om verbanden tussen telomeerlengte, de kans op ziekte, en onderliggende biologische mechanismen verder te kunnen onderzoeken, is het belangrijk om de telomeerlengte heel precies vast te stellen. De gebruikelijke manier om de telomeerlengte te bepalen is door gebruik te maken van bloedmonsters die vers bij mensen worden afgenomen. Daarmee lukt het echter niet om grote groepen patiënten te bestuderen, zoals voor een genoomwijde associatiestudie nodig is. De techniek die in deze studie werd toegepast maakte dat wel mogelijk. Nederlandse onderzoekers zijn expert in epidemiologisch onderzoek in grote onderzoekspopulaties en in het bestuderen van de functie van telomeren. Op basis van hun resultaten hebben de onderzoekers in deze grote studiecohorten vijf nieuwe genetische regio’s vastgesteld die een rol spelen in de regulering van de werking van telomeren.

'Tussen Nederlanders bestaan toch nog veel genetische verschillen'

04/04/2013

Het NRC van 3 april  en NRC Next besteedden aandacht aan het onderzoek van het NTR dat leidde tot het artikel Population structure, migration, and diversifying selection in the Netherlands in het European Journal of Human Genetics.

Kinderen-in-ontwikkeling op de basisschool

11/02/2013

In het boek Kinderen-in-ontwikkeling op de basisschool dat onlangs is verschenen in de O&A reeks bij uitgeverij Garant staat een hoofdstuk over de invloed van genen en omgeving op de ontwikkeling van kinderen. Dit hoofdstuk is geschreven door onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register en geeft een overzicht van het tweelingonderzoek (o.a. van het NTR) naar de ontwikkeling van kinderen op de basisschool. Tweelingonderzoek heeft vast kunnen stellen dat genetische verschillen invloed hebben op de cognitieve (intelligentie, verstandelijke beperkingen, schoolprestaties, leerproblemen) en sociaal-emotionele ontwikkeling (autisme, ADHD, internaliseren en externaliseren). Erfelijke aanleg, omgeving en ervaringen dragen allemaal bij aan de verschillen tussen kinderen. Het is bijna nooit óf de genetische aanleg óf de omgeving die bepaalt hoe kinderen zich ontwikkelen, maar een complex samenspel tussen ‘nature’ (genen) én ‘nurture’ (omgeving). Voor sommige eigenschappen is genetica de belangrijkste factor om verschillen tussen kinderen te verklaren (lichaamslengte) terwijl bij andere eigenschappen (IQ bij jonge kinderen) omgeving de belangrijkste verklaring is. Er zijn maar weinig eigenschappen waarbij genetische aanleg geen enkele rol speelt. De invloed van de genetische aanleg kan echter verschillen van kind tot kind en per ontwikkelingsgebied. Zowel genetische aanleg als de omgeving speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van kinderen. Kinderen gaan vaak zelf op zoek naar manieren om hun aangeboren aanleg te ontwikkelen.

Omgeving en genen spelen verschillende rol in verloop ADHD

15/01/2013

Lees hier het persbericht.

Het Algemeen Dagblad besteedde aandacht aan dit onderzoek.

Ook BNR Nieuwsradio interviewde onderzoeker Kees-Jan Kan (kies archief, 12 januari rond 10:05 uur).

Hoe? Zo! Radio interviewde Kan op 14 januari.

Kleine Maatjes, het informatieblad voor leden van de Vereniging van Ouders van Couveusekinderen staat in het teken van meerlingen. Toos van Beijsterveldt, Maria Groen - Blokhuis en Dorret Boomsma schreven artikelen voor deze editie. Kijk op www.couveuseouders.nl voor meer informatie. De NTR-artikelen zijn hier te lezen.

Symposium 25 jaar NTR

10/01/2013

Op 7 en 8 januari werd bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW) in Amsterdam een wetenschappelijk symposium georganiseerd ter ere van het 25-jarig bestaan van het Nederlands Tweelingen Register. Tweelingonderzoekers uit Nederland, Europa en de Verenigde Staten kwamen bij elkaar om dit jubileum te vieren en vooruit te kijken naar de toekomst van het tweelingenonderzoek.