Het broertje of zusje van de tweeling

 

Vanzelfsprekend is de komst van een nieuwe baby een ingrijpende gebeurtenis in een gezin. De verhoudingen veranderen: de ouders worden voor een nieuwe taak gesteld, en als er al een ouder kind in het gezin is, dan wordt dat plotseling “de oudste”. Nog veel ingrijpender in het gezinsleven is de komst van een meerling.

Zijn er nog geen andere kinderen in het gezin, dan raken de ouders door het verzorgen van een tweeling al behoorlijk goed gewend aan het ouderschap. Komt er dan later nóg een baby, dan zal de verzorging van dit nieuwe kindje niet zoveel moeite kosten en de baby, op zijn of haar beurt, is er van het begin af aan gewend dat hij opgroeit met een tweeling boven zich.

Het omgekeerde is veel moeilijker: een ouder kind,- meestal zal dat een peuter zijn-, dat  geconfronteerd wordt met twéé nieuwe zusjes of broertjes. Bovendien zullen de ouders, alleen al door het dubbele werk dat een tweeling geeft en de onzekerheid die de nieuwe situatie met zich meebrengt, minder tijd en aandacht voor hun oudste hebben.

Het oudere kind voelt dit haarfijn aan en het is heel begrijpelijk dat hij jaloers wordt op de tweeling en lastig gedrag gaat vertonen. Het kind kan ondeugend of vervelend worden, maar het komt ook vaak voor dat hij zelf weer babygedrag gaat vertonen, b.v. weer gevoerd wil worden met eten of weer onzindelijk wordt, terwijl hij al zindelijk was.

Daarbij komt nog alle belangstelling van buitenaf; een tweeling trekt dikwijls de aandacht van mensen op straat en is ook voor de familie en vrienden vaak heel bijzonder. Dikwijls vliegen de bezoekers onmiddellijk op de wieg of box af, waarin de tweeling ligt en zien ze het oudste kind letterlijk en figuurlijk “niet staan”. Dat dit heel pijnlijk is voor het oudere kind, spreekt vanzelf. Hij of zij kan dan ook behoorlijk ongelukkig zijn in de nieuwe situatie en heeft hulp en geduld nodig van ouders, die het juist op dat moment al druk genoeg hebben met de nieuwe baby’s.

 

Het is goed mogelijk het oudere kind te helpen met het wennen aan de nieuwe situatie.

Allereerst moet hij ervan verzekerd worden dat zijn ouders nog evenveel van hem houden als voorheen. U kunt hem dit laten merken door hem eens extra te knuffelen, te vertellen hoeveel u van hem houdt en hem “ mee te laten helpen” met het verzorgen van de baby’s.

Als u langere tijd met de voeding of verzorging bezig bent, zorg dan dat het oudere kind bij u in de buurt is, zodat hij zich niet buitengesloten voelt en dat hij iets te doen heeft wat hij fijn vindt, zodat de kans dat hij lastig wordt zo klein mogelijk is. Als u hem een doos met speelgoed geeft, waar hij alleen in die periode mag spelen, of als hij een TV-programma of video mag zien, wat op andere momenten van de dag niet mag, is de kans groot dat  hij de voedingsuurtjes ook plezierig gaat vinden.

Als de tweeling gaat kruipen en niets meer veilig is voor vier graaiende handjes, is een eigen plekje voor het oudere kind noodzakelijk. Gemakkelijk is het om hiervoor de box te gebruiken: ofwel u legt de baby’s in de box, zoadat het oudere kind rustig door kan spelen, óf u zet de oudste met zijn speelgoed in de box, zodat zijn spulletjes veilig zijn en hij kan er zelf in- en uitklimmen.

Laat de oudste, als de baby’s er eenmaal zijn, een halfuurtje langer opblijven, waarbij u alle tijd en aandacht voor hem beschikbaar heeft. Kijk ook of het mogelijk is eens een uitstapje te maken met het oudste kind alléén; een wandeling, een ijsje eten, er is veel te bedenken, dat niet al te veel tijd kost en wat het kind plezierig vindt.

Valt de komst van de nieuwe baby’s net in een periode dat de oudste voor het eerst naar een speelzaal of kleuterklas gaat, dan is het beter dat tijdstip te vervroegen, of uit te stellen, zodat het kind niet het idee krijgt dat het “weggestuurd”wordt, omdat de nieuwe baby’s er zijn.

En vergeet vooral niet, dat op een gegeven moment alles zijn plaats vindt en dat u én uw peuter aan de situatie zullen wennen en na de eerste “startproblemen”ook veel plezier aan elkaar zullen beleven!