Reageren kinderen in één
gezin hetzelfde op hun ouders, en op dagelijkse gebeurtenissen en onverwachte
situaties? Aan de Universiteit van Leiden wordt bij het Centrum voor
Gezinsstudies veel onderzoek gedaan naar kinderen en hun opvoeders. In
samenwerking met het Nederlands Tweelingen Register is nu gekeken naar
overeenkomsten en verschillen tussen jonge tweelingkinderen. Zesenzeventig
gezinnen met een tweeling van ongeveer 12 maanden oud deden aan het onderzoek
mee, waarvan 27 tweelingen eeneiig en 49 tweelingen twee-eiig waren.
Eerst werd er naar het
temperament van de kinderen gekeken. De moeders vulden over beide kinderen
dezelfde vragenlijst in met vragen over het gedrag van de kinderen tijdens
verschillende situaties (zoals het voeden, baden, aankleden, spelen, etc.). Er
werd bijvoorbeeld gevraagd of het kind
huilde nadat hij/zij geschrokken was, en of het kind hardop lachte als hij/zij in bad ging. Bij iedere vraag
gaf de moeder aan in hoeverre dit gedrag van toepassing was op het kind. Aan de
hand van alle antwoorden werd het temperament van de kinderen bepaald. Hierbij
bleken de eeneiige tweelingen inderdaad meer op elkaar te lijken dan de
twee-eiige tweelingen. Het temperament van de kinderen lijkt dus voor een groot
deel genetisch bepaald en niet zozeer bepaald door het gedrag van de ouders.
Verder werd
geïnventariseerd hoe ouders met hun tweeling omgaan. Worden de kinderen zoveel
mogelijk op gelijke manier benaderd of juist verschillend? Daarom werden er
vragen gesteld over dagelijkse gebeurtenissen, waarbij de kinderen juist meer
hetzelfde of juist meer verschillend behandeld kunnen worden. Er werd gevraagd
of de kinderen wel of niet hetzelfde gekleed werden, of de kinderen met
dezelfde lepel en van hetzelfde bord gevoerd werden en of elk van de kinderen
hetzelfde of juist verschillend speelgoed kregen. Er bleken bijna geen
verschillen te zijn tussen ouders van een- of twee-eiige tweelingen in de
manier waarop ze met hun kinderen omgingen. Eeneiige tweelingen hadden
bijvoorbeeld even vaak verschillend speelgoed als twee-eiige tweelingen. Wel
bleken de eeneiige tweelingen vaker dezelfde kleding te dragen dan de
twee-eiige tweelingen.
Tenslotte hebben we
geobserveerd hoe elk van de kinderen reageerde als ze eventjes alleen in een
spelkamer gelaten werden met een voor hen onbekende persoon. Dat is best
spannend voor een kind van rond 1 jaar en kinderen reageren daar dan ook
verschillend op. Als hun moeder na een paar minuten weer binnenkomt, kruipen
sommige kinderen onmiddellijk naar haar toe en gaan daarna weer verder met
spelen, maar andere kinderen blijven lang bij haar zitten en hebben geen zin
meer om zelf verder te spelen. Er zijn ook kinderen die gewoon doorgaan met hun
spel en er niet zo van onder de indruk lijken te zijn dat hun moeder eventjes
weg was. Wat we vonden verraste ons wel wat: eeneiige tweelingen reageerden
niet vaker hetzelfde op het weggaan en terugkomen van hun moeder. Ze reageerden
juist iets vaker verschillend dan twee-eiige tweelingen, terwijl eeneiige
tweelingen juist meer dezelfde genen hebben dan twee-eiige tweelingen. Dat
wijst erop dat de manier waarop kinderen op zo’n situatie reageren mogelijk
niet genetisch is vastgelegd. Tweelingen leken in hun reacties trouwens ongeveer
net zoveel op elkaar als 'gewone' broertjes en zusjes in een gezin (uit
onderzoek dat we al eerder hebben gedaan) op elkaar lijken.
Niet op alle terreinen
lijken eeneiige tweelingen dus meer op elkaar dan twee-eiige. Op sommige
gebieden lijken ze evenveel op elkaar en soms kunnen de twee-eiige tweelingen
zelfs meer op elkaar lijken dan de eeneiige.