Onderzoek naar de erfelijkheid van aandacht op de VU

 

In mei 2002 startte een grootschalig onderzoek naar de erfelijkheid van aandacht en aandachtsproblemen. Aan dit onderzoek doen zo’n 200 12-jarige tweelingen mee (en hun eventuele broertjes en zusjes). Ouders, de kinderen zelf en hun leerkracht vullen een gedragsvragenlijst in die o.a. over aandacht en aandachtsproblemen gaat. Daarnaast komen de kinderen naar de VU om daar in speciale testruimtes computertaakjes en intelligentietestjes te doen. Een vraag is misschien hoe we aandacht kunnen meten met computertaakjes? Om u een indruk te geven van de taken die de kinderen doen en het doel er van, geef ik u hieronder een beschrijving van een van onze aandachtstaken. 

De computertaakjes die de kinderen doen meten allerlei vormen van aandacht zoals verdeelde, volgehouden of selectieve aandacht. Bij selectieve aandacht moet de aandacht op een bepaald punt of onderwerp gericht worden en moet omringende informatie genegeerd worden. We denken dat een bepaald gebied in de hersenen verantwoordelijk is voor dit selectieve vermogen en dat bij kinderen met een aandachtsstoornis deze functie misschien verstoord is. Een van de selectieve aandachtstaken die de kinderen op de VU doen is de zogenaamde  Flanker taak. Hierbij krijgen de proefpersonen 5 pijlen in het computerscherm te zien. De aandacht moet gericht worden op de middelste pijl. De kinderen moeten zo snel mogelijk aangeven of die middelste pijl naar links of naar rechts wijst. Als alle pijlen dezelfde kant op wijzen 

( > > > > >  of  < < < < < ) is dat niet zo moeilijk, proefpersonen maken dan ook niet veel fouten en zijn snel in hun reactie. Wanneer de middelste pijl echter een andere kant dan de omringende 4 pijlen op wijst 

( < < > < <  of  > > < > > ) wordt het al een stuk moeilijker om snel én goed te reageren. Sommige kinderen vinden het lastig om zich niet af te laten leiden door de naastliggende pijlen en hun aandacht uitsluitend op de –belangrijke- middelste pijl te richten. Dit vermogen tot selectieve aandacht meten we als het verschil in de reactietijd en/of het aantal fouten tussen “makkelijke” en “moeilijke” aanbiedingen. Met dit, en de andere computertaakjes van het onderzoek, kunnen we vaststellen of er inderdaad een relatie is tussen de hersenfuncties betrokken bij selectieve aandacht en de aandachtsproblemen, zoals gemeten met de gedragsvragenlijst.

 

Inmiddels zijn al zo’n 130 tweelingen op de VU langs geweest. Namens de onderzoekers: nogmaals hartelijk dank voor jullie deelname aan het onderzoek! Voor families die nog benaderd gaan worden: hopelijk tot ziens op de Vrije Universiteit!

 

Guido ter Stege, Marieke Tollenaar, José Bosman, Silvia Brouwer, Sjoerd Vosse, Inge Beetsma, Patricia Rijs, Sanne van Loon en Tinca Polderman.

 

 

In juli 2003 kwamen Patrick en Robin voor onderzoek naar de VU. Na een ochtend testen ging een boterham met hagelslag er prima in.