Is kinderopvang
slecht voor de ontwikkeling van kinderen?
In de laatste maanden is er een discussie op gang gekomen over de vraag of kinderopvang wel of niet goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Aanleiding voor dit debat zijn uitspraken in de rede van hoogleraar ontwikkelingspsychologie Marianne Riksen-Walraven. Hierin zegt ze dat kinderen die vanaf een jonge leeftijd langdurig naar de crèche gaan mogelijk meer gedragsproblemen hebben. De uitspraken zijn gebaseerd op een Amerikaans onderzoek, waaruit zou blijken dat 4½-jarige kinderen die als baby meer dan 30 uur per week naar de crèche gingen meer gedragsproblemen hebben dan kinderen die minder vaak naar de crèche gingen. De gedragsproblemen uiten zich in meer vechten, meer protesteren en meer aandacht vragen. Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat wanneer de kwaliteit van de kinderopvang goed is, dit juist een positief effect heeft op de taal- en intellectuele ontwikkeling van het kind.
In hoeverre de Amerikaanse situatie vergelijkbaar is met de Nederlandse situatie is onduidelijk. In Amerika gaan vrouwen na 6 weken zwangerschapsverlof al weer aan het werk en werken zij vaker fulltime dan Nederlandse vrouwen. Maar ook in Nederland verandert de situatie. Steeds meer vrouwen werken buitenshuis en steeds meer kinderen gaan naar een kinderdagverblijf. We waren nieuwsgierig hoe de kinderopvang was geregeld voor de kinderen die ingeschreven staan in het Nederlands Tweelingen Register (NTR). Sinds de oprichting van het NTR (1986) wordt aan de ouders van 5-jarige tweelingen gevraagd of hun kinderen voor hun 4e jaar naar de crèche of naar de peuterspeelzaal gingen en hoe vaak per week.
Op dit moment hebben we de beschikking over gegevens van geboortejaren 1987 t/m 1994. Ten eerste hebben we gekeken hoeveel kinderen voor hun 3e jaar naar een kinderdagverblijf of naar de peuterspeelzaal gaan. Uit onze gegevens blijkt dat 32% van de kinderen thuis blijft, 54% van de kinderen naar de peuterspeelzaal gaat, 9% naar de crèche gaat en de overige 5% een andere vorm van kinderopvang heeft. Zoals we al eerder hebben opgemerkt gaan steeds meer kinderen naar de crèche. Volgens het CBS ging in 1990 6% van de kinderen naar een kinderdagverblijf, in 1995 ging 12% en in 1999 was dit aantal gestegen tot 17%. Geldt dit ook voor de kinderen uit het NTR? In figuur 1 is voor deze jaren het aantal kinderen dat naar de kinderopvang buitenshuis gaat weergegeven. Ook hier is een stijging te zien van het aantal kinderen dat naar de kinderopvang gaat. Terwijl in 1987 bijna 50% van de kinderen thuis bleef, is dat nog maar 26% in 1994. Ook is een stijging te zien van het aantal kinderen dat naar de peuterspeelzaal of naar de crèche gaat. In 1987 ging 5.6% van de kinderen naar de crèche en in 1994 was dit gestegen tot 10%.

Hoe zit het met het probleemgedrag van kinderen die naar opvang buitenshuis gaan? In figuur 2 is het aantal gedragsproblemen weergegeven voor 3-jarige kinderen die niet naar de

crèche gaan, minder dan 10 uur, tussen 11 en 24 uur of meer dan 24 uur naar de crèche gaan. De hoogte van de kolommen in de figuur geeft het aantal gedragsproblemen voor jongens en meisjes. De gedragsproblemen bestaan uit een combinatie van lastig gedrag, koppig/tegendraads gedrag, agressief en druk gedrag. In het plaatje is te zien dat het aantal gedragsproblemen verschilt tussen jongens en meisjes. Jongens blijken iets lastiger/drukker dan meisjes. Daarnaast worden jongens die meer dan 24 uur op de kinderopvang doorbrengen als iets lastiger/drukker ervaren dan jongens die niet naar de kinderopvang gaan. Deze verschillen zijn echter zeer klein! Tussen meisjes die veel tijd op de crèche doorbrengen en meisjes die thuis blijven zijn geen verschillen gevonden in het aantal gedragsproblemen. Hieruit mogen we concluderen dat het negatieve effect van kinderopvang op gedragsproblemen eigenlijk wel meevalt. Hooguit zijn jongens die veel naar de crèche gaan iets drukker. Bovendien moeten we niet vergeten dat uit onderzoek blijkt dat een kinderopvang buitenshuis ook positieve effecten heeft. Met name voor de taalontwikkeling en voor sociale vaardigheden blijkt een goed kinderdagverblijf een positieve werking te hebben.