Gedragsvragenlijst voor ouders van opgroeiende tweelingen

 

Resultaten van het onderzoek naar gedrag bij kinderen

 

Welk gedrag is het meest kenmerkend voor kinderen van 3, 7 en 10 jaar? Om hier achter te komen hebben we alle gedragsbeschrijvingen die in de vragenlijst aan ouders van jonge tweelingen zijn opgenomen op een rijtje gezet. Zo wordt duidelijk of er per leeftijd gedrag wordt vertoond dat er echt uitspringt in vergelijking tot ander gedrag. En dit bleek het geval! Ook waren we benieuwd of er verschillen zijn tussen de verzorgers van de tweelingen. Zien moeders ander probleemgedrag dan vaders of zijn ouders het altijd met elkaar eens? En tenslotte, bestaat er verschil in gedrag van jongens en meisjes, of van de oudste en de jongste van tweelingparen?

 

De peutertijd

 

Het gedrag dat door 3-jarige kinderen het meest wordt vertoond is dat ze alles NU willen hebben, en dat alles ONMIDDELLIJK moet gebeuren. Dit gedrag wordt ‘soms’ vertoond door 50% van de kinderen, en ‘vaak’ vertoont door 25% van de kinderen. Het is duidelijk dat 3-jarigen nog niet in staat zijn om uitstel te verdragen. Dit geldt in gelijke mate voor jongens en meisjes, en voor de oudste en jongste. Opvallend is dat dit gedrag met grote afstand boven aan de lijst van gedragsaspecten staat. Een geduldig 3-jarig kind lijkt een zegen, maar is helaas een zeldzaamheid! Het positieve dat we u als verzorger kunnen meegeven, is dat u tenminste niet de enige bent die (zeer) regelmatig te maken heeft met een opstandig kind.

 

De vroege schooljaren

 

In de vragenlijst die ouders van 7-jarige tweelingen ontvangen is de vraag of het kind uitstel kan verdragen niet meer opgenomen. Dit is gedaan omdat eerder onderzoek heeft laten zien dat bijna alle 7-jarigen geduldig kunnen zijn en uitstel kunnen verdragen. Toch zal menig ouder nu verzuchten dat er een groot gat tussen wetenschappelijk onderzoek en huiselijke werkelijkheid bestaat!

Als we kijken welk gedrag 7-jarige tweelingen het vaakst vertonen dan blijkt dit "spreekt veel tegen of maakt veel ruzie" te zijn. Net zoals bij de 3-jarigen is dit ook gedrag dat met kop en schouders uitsteekt boven alle andere mogelijke gedragingen. Ongeveer 65% van de ouders geeft aan dat hun kind dit gedrag soms of vaak vertoond. De oudste en jongste van een tweelingpaar verschillen hier niet in. Ook is er geen onderscheid tussen jongens en meisjes. Dat is er wel voor de beschrijving ‘kan niet stilzitten, onrustig, of overactief’. Dit  gedragsaspect komt vaker voor bij jongens dan bij meisjes. Het zal u niet ontgaan zijn dat het onderwerp ‘hyperactiviteit’ in toenemende belangstelling van de media staat. Of deze belangstelling ertoe heeft geleid dat ouders hun kind sneller als overactief beoordelen hebben we ook kunnen nagaan. In de periode van 1995 t/m 1999 is er geen toename gezien in de rapportage van onrustig en overactief gedrag bij tweelingen. Gemiddeld genomen rapporteert 1 op de 10 ouders dat het kind vaak en duidelijk overactief gedrag vertoond. Er is nog een gedragsaspect dat verschilt tussen jongens en meisjes. Ouders van meisjes geven aan dat ‘duimzuigen of zuigen op vingers’ nog (zeer) regelmatig gebeurd. Van de ruim 100 gedragsbeschrijvingen staat dit gedrag op de vijfde plaats! Bij jongens komt duimzuigen veel minder voor.

 

Bijna in de pubertijd

 

Graag hadden we u willen vertellen dat veel gedragsproblemen tijdelijk zijn. Helaas, op 10-jarige leeftijd spreekt uw kind nog steeds veel tegen en maakt hij of zij nog steeds regelmatig ruzie. Dit wordt nog altijd door 65% van de ouders gemeld. Overactief gedrag van kinderen blijkt niet af te nemen; er zijn evenveel 10-jarigen als 7-jarigen die vaak onrustig en actief zijn (bijna 10%). Wat inderdaad slechts een fase blijkt te zijn is het ‘duimzuigen of zuigen op de vingers’ bij meisjes. Op 10-jarige leeftijd komt dit bij 8 van de 10 meisjes nooit meer voor. We hebben ook gekeken welk gedrag er niet of nauwelijks voorkomt bij 10-jarigen. Het zal u niet verbazen dat alcoholgebruik en drugsgebruik geen rol van betekenis spelen op deze leeftijd. Net zomin als schoolverzuim, seksuele problemen, en het eten van niet-eetbare dingen.

 

Overeenstemming tussen verzorgers

 

Wat ons opviel is de mate waarin moeders en vaders het met elkaar eens zijn over het gedrag van hun kinderen. Leggen we de antwoorden van de moeder naast de antwoorden van de vader, dan vinden we dezelfde volgorde van het voorkomen van bepaald gedrag bij de kinderen. Wel is het zo dat moeders vaker het antwoord ‘vaak/duidelijk van toepassing’ aanstrepen dan de vaders. Vaders zijn het er wel mee eens dat hun kind bepaald gedrag vertoont, maar zij kiezen voor de antwoordmogelijkheid ‘soms/beetje van toepassing’. Het lijkt op het eerste gezicht misschien eigenaardig dat ouders hetzelfde gedrag verschillend kunnen beoordelen, maar dat is het toch niet. Vaders en moeders zien hun kinderen in verschillende situaties, brengen niet evenveel tijd met ze door, en hebben beiden natuurlijk ook een verschillend karakter. Dit kunnen redenen zijn waarom er verschil ontstaat in het beoordelen of iets vaak of minder vaak voorkomt. Daarom wordt het onderzoek uitgebreid met een vragenlijst gericht aan de leerkracht van de kinderen. Deze leerkracht maakt de kinderen mee in een schoolse situatie waarin andere eisen aan kinderen worden gesteld. Dit onderzoek is kort geleden begonnen en we hopen u in de volgende Twinfo hierover te berichten. Tenslotte nog een dringend verzoek: beantwoord de vragen zoals u er zélf over denkt. De indruk bestaat dat een enkel keer meewerkende ouders beide vragenlijst van elkaar overschrijven. Dit maakt het onderzoek minder betrouwbaar. We kunnen ons voorstellen dat u niet altijd tijd en zin heeft om het geheel in te vullen, maar dan is het beter om slechts één ingevulde lijst terug te sturen.

 

Het vragenlijstonderzoek

 

Gezinnen met jonge tweelingen ontvangen om de 2 jaar een vragenlijst. De lijst bestaat voornamelijk uit beschrijvingen van het gedrag van de tweeling. U hoeft hiervoor niet te diep in uw geheugen te graven, het gaat om gedrag zoals het zich heeft voorgedaan in het afgelopen half jaar. Deze lijst is bedoeld voor de 'primaire verzorgers' van de tweeling. Dit kunnen de ouders zijn (al of niet biologisch), maar ook anderen die de kinderen goed kennen. De invuller van de vragenlijst wordt verzocht om aan te geven of een bepaalde gedragsbeschrijving ‘niet’, ‘soms/beetje’, of ‘vaak/duidelijk’ van toepassing is op het kind. De vragenlijst is zeer bekend en wordt zowel nationaal als internationaal veel gebruikt. Dit huidige onderzoek van het NTR is het grootste in Nederland en daarbuiten. Oorspronkelijk is de lijst ontworpen om een goed beeld te krijgen van de problemen van kinderen die in aanmerking komen voor professionele hulp. Dit heeft ertoe geleid dat het merendeel van de vragen betrekking heeft op problemen in het gedrag. Om het verloop van de aan-  en afwezigheid van probleemgedrag te onderzoeken, hopen we dat u meerdere keren wilt meewerken. Het verzamelen van gegevens van dezelfde kinderen op verschillende leeftijden is de beste manier om de ontwikkeling van gedrag te volgen. Tweelingen vormen een unieke groep. Door hun medewerking en die van hun ouders leren we het gedrag van kinderen te begrijpen. Bij deze onze hartelijke dank voor het (regelmatig) meedoen aan dit doorlopende onderzoek!  

 

Verschillende vragenlijsten

 

De lijst die ouders van schoolgaande tweelingen invullen verschilt van de lijst die ouders van 3-jarigen invullen. Dit is logisch. Sommige gedragingen verdwijnen met het ouder worden terwijl sommige gedragsaspecten zich juist gaan voordoen. Zo komt het gedrag ‘weigert om te eten’ nog regelmatig voor bij 3-jarigen terwijl oudere kinderen dit in veel mindere mate vertonen. Om deze reden ontvangen verzorgers van 7-jarige kinderen en ouder een iets andere lijst dan de verzorgers van jongere kinderen. De vragenlijst die gestuurd wordt naar families met een 7-, 10-, en 12-jarige tweeling is wel steeds dezelfde. De lijst die wordt ingevuld door de moeder is gelijk aan die van de vader wat betreft het gedeelte over het gedrag van de tweeling.

 

‘Onze tweeling vertoont geen gedragsproblemen’

 

Het is belangrijk dat de vragenlijst de verscheidenheid onder kinderen goed in kaart kan brengen. We krijgen regelmatig de vraag of het invullen van de vragenlijsten nog wel zin heeft. Als reden wordt vaak vermeld dat de tweeling zonder opvallende problemen opgroeit. Ouders vragen zich dan af of het nog wel belangrijk is dat de vragenlijst wordt ingevuld. Jazeker! Als alleen die ouders meedoen wier kinderen problemen vertonen, zou een sterk vertekend beeld ontstaan van de ontwikkeling van twee- en meerlingen.