Ongeveer een derde van de Nederlandse bevolking
rookt. Hoewel we veel informatie tot onze beschikking hebben over met name de
gevolgen van roken, zijn er toch
nog veel vragen waar we geen goed antwoord op hebben. Bijvoorbeeld, waarom gaat
iemand roken en wat bepaalt of iemand weinig of veel rookt?
Waarom vinden sommige mensen het zo moeilijk om te stoppen met roken? Om
op dit soort vragen antwoorden te kunnen geven, wordt bij het NTR nagegaan met
welke factoren roken samenhangt.
Mensen die veel roken rapporteren bijvoorbeeld meer
stress dan mensen die niet roken. Hoe
zou dit komen? We weten al dat
sommige mensen gevoeliger zijn voor de effecten van nicotine dan anderen,
waardoor ze meer kans hebben om verslaafd te raken aan sigaretten.
Het zou kunnen dat diezelfde mensen ook gevoeliger zijn voor stress en
dat daardoor roken en hogere stressniveaus vaak samengaan. Misschien is het
zelfs wel zo dat de gevoeligheid voor stress en voor nicotine wordt bepaald door
dezelfde genetische aanleg.
Stress heeft ook een effect bij mensen die al roken.
Als een roker zich in een stressvolle situatie bevindt, steekt hij veelal meer
sigaretten op. Een mogelijke verklaring hiervoor is de reactie van het lichaam
op stress. Het lichaam zorgt namelijk voor een vermeerdering van een hormoon,
cortisol genaamd, wanneer iemand zich in een stressvolle situatie bevindt.
Cortisol zorgt er mogelijk voor dat de hersenen minder gevoelig voor nicotine
worden. Dit betekent dat meer
nicotine nodig is om hetzelfde effect te verkrijgen dan wanneer de roker niet
gestresst is. Wil de roker dus
dezelfde effecten van nicotine verkrijgen in een stressvolle situatie, dan
moeten er meer sigaretten worden opgestoken. Kortom het is niet alleen zo dat
mensen die gevoelig zijn voor nicotine ook gevoelig zijn voor stress, maar het
is ook zo dat mensen door stress minder gevoelig zijn voor nicotine en dus in
een stressvolle situatie meer sigaretten gaan roken.
Er is nog een manier
waarop roken en stress met elkaar samenhangen. Roken kan mogelijk ook stress
veroorzaken. Dat klinkt misschien
gek, maar eigenlijk is het zo dat iedere roker gedurende een dag meerdere keren
te maken krijgt met de gevolgen van ontwenning.
Iemand die regelmatig rookt is gewend geraakt aan een bepaald
nicotineniveau in het bloed. Iedere keer dat een roker een sigaret opsteekt, stijgt
dit niveau. Tevens breekt het lichaam nicotine af waardoor de hoeveelheid
nicotine in het bloed weer daalt. Daar de
meeste rokers niet doorlopend roken, krijgen ze dus steeds weer te maken met een
lager nicotineniveau en dat geeft ontwenningsverschijnselen.
Door deze ontwenning ontstaat stress. Het nemen van een sigaret maakt een
einde aan de ontwenningsverschijnselen en dat is misschien de reden waarom
rokers vaak zeggen dat het roken ontspannend werkt.
De relatie tussen roken en stress is dus complex en
er is nog veel onbekend. Om meer
informatie te verkrijgen omtrent alle factoren die samenhangen met het beginnen,
doorgaan en stoppen met roken, ligt dit jaar het accent van het familieonderzoek
naar Gezondheid en Leefgewoonten op roken.
Aan tweelingen van 14 jaar en ouder, hun broers en zussen en soms hun
partners wordt gedetailleerde informatie met betrekking tot het rookgedrag
gevraagd, bijvoorbeeld in welke specifieke situatie men een sterke behoefte
heeft om een sigaret op te steken, zoals bijvoorbeeld in stresssituaties, na een
maaltijd, of in situaties waarin men zich erg moet concentreren.
Ook stellen we de vraag ‘hoe
beleeft u uw werk op dit moment?’. Veel stress op het werk zou namelijk
een oorzaak kunnen zijn van het feit dat iemand meer gaat roken. Daarnaast
kunnen natuurlijk ernstige gebeurtenissen, zoals ziekte, of een ongeval, ook
invloed hebben op het rookgedrag. Door
vele vragen met elkaar te combineren en het vergelijken van rokers, niet-rokers
en ex-rokers hopen we meer inzicht te krijgen in de factoren die van invloed
zijn op het rookgedrag.
OPROEP
VOOR ALLE TWEELINGEN VAN 15 JAAR OF OUDER EN HUN BROERS EN ZUSSEN:
Het is alweer een paar maanden geleden dat wij de
vragenlijst van het familieonderzoek naar Gezondheid en Leefgewoonten verstuurd
hebben. Iedereen die de lijst heeft ingevuld en teruggestuurd: hartelijk dank
voor uw medewerking!
Wij kunnen nog steeds ingevulde vragenlijsten gebruiken, dus als u de
vragenlijst nog niet heeft teruggestuurd dan stellen wij het zeer op prijs als u
dit alsnog zou willen doen. Als u de vragenlijst niet heeft ontvangen
of kwijt bent geraakt, sturen wij u graag een nieuwe vragenlijst toe. U
kunt hiervoor contact opnemen met drs. Jacqueline Vink, tel: 020-4448958 of
e-mail: jm.vink@psy.vu.nl. Dit wetenschappelijk onderzoek kan alleen
plaatsvinden dankzij de medewerking van grote groepen tweelingen en hun
familieleden. Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking!