NAAR
SCHOOL: SAMEN OF APART?
Tegen
de tijd dat een tweeling naar school gaat, komen de ouders
voor belangrijke beslissingen te staan. Zij moeten niet alleen een
geschikte school uitzoeken, ook moeten ze bepalen of hun kinderen in dezelfde
klas komen of niet. Uiteraard geldt dit alleen in de gevallen waar de ouders
keuzemogelijkheden hebben.
Iedereen staat klaar om de
ouders met raadgevingen terzijde te staan: familie, vrienden. Allemaal hebben ze
wel een mening over wat het beste is voor de tweeling. Het is niet verwonderlijk
dat de
ouders daardoor in verwarring raken en niet weten wat het beste is voor hun
kinderen. Heel vaak wordt de stelling verkondigd dat de ontwikkeling van de
kinderen tot individu
beter verloopt als de tweeling gescheiden is. Wetenschappelijk is hier
echter nooit een bewijs voor gevonden. Elk kind is anders en ook elke tweeling
is anders. Het is dus heel goed mogelijk dat de ene tweeling beter functioneert
in dezelfde klas en een andere tweeling juist
als ze in aparte klassen zitten. Ook is het mogelijk dat wat op het ene
moment de juiste beslissing leek, later toch niet goed blijkt uit te pakken.
Het belangrijkste is dat een school zich flexibel opstelt met betrekking tot
twee- en meerlingen en bereid is ieder kind individueel te bekijken. Er zijn
geen van tevoren vastgestelde regels die altijd gelden - ongeacht het kind -
zoals: ‘nooit bij elkaar’, of ‘altijd samen’. Een flexibele houding van
de school is ook gewenst als het nodig blijkt een eerder genomen besluit te
herzien. Welk besluit er ook genomen wordt, het belangrijkste is dat de school
de kinderen niet als een eenheid ziet, maar als twee individuen, waarvan de
onafhankelijkheid gestimuleerd moet worden. Als er een ouderspreekuur is, moet
de leerkracht twee verschillende tijdstippen met de ouders afspreken om over elk
kind afzonderlijk te praten. Anderzijds moeten de ouders het ook de leerkrachten
gemakkelijk maken de kinderen uit elkaar te kunnen houden. Dit kan al heel
eenvoudig, door kleine verschillen in de kleding of de haardracht aan te
brengen.
Als een van de tweeling een ander vriendje krijgt, of een uitnodiging voor een
feestje en de ander niet, dan is dit pijnlijk voor dit laatste kind. Sommige
zaken zijn echter onvermijdelijk; het leven zal de beide kinderen ook niet
precies hetzelfde brengen en het is het beste om hieraan al op jonge leeftijd te
wennen.
Als de kinderen op school gescheiden gaan worden, moeten ze daarop voorbereid
worden, ze waren immers de hele dag en vaak ook ‘s nachts samen. Ideaal zijn
in dit geval scholen waar veel in groepjes wordt gewerkt, zodat de kinderen nu
eens samen en dan weer zonder elkaar werken. De leerkracht kan hier ook een rol
spelen, door de kinderen aan te moedigen elk ook eens dingen met andere kinderen
te doen.
We
bekijken nu een aantal argumenten voor het plaatsen in verschillende klassen en
daarna een aantal argumenten voor het plaatsen in dezelfde klassen.
Argumenten
voor het plaatsen in verschillende klassen:
-
De kinderen zijn vaak te sterk gericht op elkaar, waardoor nieuwe
relaties met andere kinderen worden afgeremd. Bij plaatsing in
afzonderlijke klassen wordt het contact met andere
kinderen gestimuleerd. Dit bevordert de sociale ontwikkeling en in het bijzonder
de
taalontwikkeling.
-
Als de kinderen in verschillende klassen zitten, zullen zij minder met
elkaar wedijveren. De leerkracht is bovendien beter in staat elk kind op
de eigen prestaties te beoordelen.
-
In afzonderlijke klassen hebben de kinderen verschillende ervaringen, ze
komen dus beiden met hun eigen verhalen thuis.
-
Indien er grote verschillen tussen de capaciteiten van de kinderen zijn,
is plaatsing in verschillende
klassen beter. Eveneens als het ene kind
veel dominanter is dan het andere. Het ene kind wordt
dan niet voortdurend weggedrukt door het andere.
Argumenten
voor het plaatsen in dezelfde klas:
-
Als de kinderen apart geplaatst worden, kunnen ze elkaar erg missen. Dit
heeft tot gevolg dat ze voortdurend aan elkaar denken, waardoor
zij zich slecht op hun werk kunnen concentreren en
daardoor slechter presteren.
-
In een nieuwe en vreemde omgeving hebben de kinderen elkaar zeer nodig en
kunnen ze elkaar tot steun zijn. Het is mogelijk dat ze
daardoor beter functioneren.
-
De kinderen kunnen in dezelfde klas toch individueel werken, mits ze in
verschillende groepjes werken. Ze voelen zich veilig, doordat het
broertje of zusje op de achtergrond
toch aanwezig is.
Uit
deze argumenten blijkt, dat beide mogelijkheden voor- en nadelen hebben. Goed
overleg tussen de ouders en de leerkrachten geeft de beste garantie op een
beslissing die recht doet aan de tweeling. Een bepaalde beslissing kan voor de
ene tweeling anders uitvallen dan voor de andere. Dit is ook de reden waarom er
geen algemeen geldend advies gegeven kan worden.
Het
welbevinden van de kinderen dient in ieder geval voorop te staan!
Bronvermelding:
Sandbank,
A.(ed) Twin and triplet psychology, p. 84-90, Routledge, London, 1999;
Rijsemus,
H. Driemaal een is…vier, p. 12-14, doctoraalscriptie VU, Amsterdam,1995.