GENETISCH
ONDERZOEK BIJ ASTMA EN ALLERGIE:
EEN STUDIE BIJ ADOLESCENTE TWEELINGEN EN HUN OUDERS
Astma
is een van de meest voorkomende aandoeningen in geïndustrialiseerde landen. Zo
heeft in Nederland ongeveer 6% van de bevolking last van deze aandoening. In
ontwikkelingslanden komt astma veel minder voor. In Afrika en Azië heeft
ongeveer 0.5-1% van de bevolking astma. Bovendien
zijn er aanwijzingen dat het aantal mensen met astma in de Westerse landen
toeneemt. De oorzaak hiervan is niet geheel bekend, maar wordt met name gezocht
in de toename van sigarettenrook, geïsoleerde huizen (waardoor mensen meer
blootgesteld worden aan bijvoorbeeld huisstofmijt), vaccinatieschema’s en de
blootstelling aan irriterende stoffen.
Astma
is niet één ziektebeeld maar kan verschillende uitingsvormen hebben. Zo
bestaat het allergisch astma (extrinsic), inspanningsastma, astma zonder
duidelijke oorzaak (intrinsic) en het astma wat wordt veroorzaakt door
blootstelling aan stoffen op het werk. De meest bestudeerde vorm is het
allergisch astma, wat ook het meeste voorkomt.
Wat
is astma?
Al
in 1860 werd astma beschreven door Henry Hyde Salter, een arts uit Londen:
‘aanvalsgewijs optreden van benauwdheid met perioden van normale ademhaling,
ten gevolge van vernauwing van de luchtwegen’. Tegenwoordig wordt astma
beschouwd als een ontstekingsproces
van de luchtwegen dat op gang wordt gebracht door het inademen van allergene
stoffen (deeltjes waar men allergisch voor is). Het ontstekingsproces zorgt voor
activatie van speciale cellen waardoor allerlei stoffen in het lichaam
vrijkomen. Dit leidt tot beschadiging van de kleine luchtwegen, meer productie
van slijm, en verandering en samentrekking van de luchtwegspieren, waardoor
uiteindelijk vernauwde luchtwegen ontstaan met de daarbij behorende klachten van
benauwdheid, piepen, zagen op de borst en hoesten. Centraal in het proces is de
T-lymfocytcel. Dit is een cel die zich op verschillende manieren kan
ontwikkelen, namelijk richting een TH-1 cel: er ontstaat geen astma en richting
een TH-2 cel: er ontstaat wel astma. Verschillende factoren beïnvloeden dit
proces. Zo is de gedachte dat luchtweginfecties
of andere infecties, zoals bijvoorbeeld tuberculose, een TH-1 profiel
veroorzaken wat leidt tot een lagere kans op astma. Misschien ligt hier wel de
verklaring dat astma in de Westerse landen toeneemt in tegenstelling tot de
ontwikkelingslanden, waar veel meer infectieziekten voorkomen.
Doel
van het onderzoek
De
vraag die de onderzoekers van de Vrije Universiteit (NTR en de afdeling
Longziekten van het AZVU) met dit onderzoek hebben gesteld is in welke mate
astma en allergie wordt bepaald door erfelijke factoren en welke rol
omgevingsfactoren hierbij spelen. Tweelingonderzoek maakt het mogelijk te
onderzoeken in welke mate overeenkomsten tussen familieleden een erfelijke basis
hebben en in welke mate omgevingsfactoren een rol spelen. Door zowel tweelingen
als hun ouders in het onderzoek te betrekken, kunnen we meer te weten komen over
de gezinsinvloeden die van belang kunnen zijn bij het ontstaan van astma.
Verloop
van het onderzoek
Het
onderzoek bestond uit twee delen: een analyse van astma en allergie met
vragenlijsten, gevolgd door een onderzoek bij een aantal gezinnen (vader, moeder
en tweelingpaar) in het VU ziekenhuis.
Aan het eerste deel van het onderzoek hebben ruim 2700 tweelingparen en hun
ouders meegewerkt door het invullen van meerdere vragenlijsten. Dit onderzoek is
inmiddels afgerond en het blijkt dat astma voorkomt bij 13.5% van de mannelijke
tweelingen en bij 10.7% van de vrouwelijke tweelingen. Allergie
komt voor bij 15 % van de mannelijke tweelingen en bij 17% van de
vrouwelijke tweelingen.
Erfelijke factoren blijken zeer belangrijk bij het ontstaan van astma (70%) en
allergie (60%), maar ook omgevingsfactoren bepalen voor een deel het ontstaan
van astma en allergie. Ook bleek tijdens dit onderzoek dat er een belangrijk
verband is tussen astma en allergie, wat betekent dat er misschien een
gemeenschappelijke factor is voor het ontstaan van deze aandoeningen.
De resultaten van dit onderzoek komen overeen met andere grote tweelingstudies
welke hebben plaatsgevonden in onder andere Zweden, Noorwegen, Denemarken en
Australië.
Uit dit eerste grote tweelingonderzoek werden uiteindelijk 102 gezinnen
onderzocht op astma en/of allergie in het VU ziekenhuis te Amsterdam. Bij een
aantal gezinnen deed een broer of zuster van de tweeling mee met het onderzoek.
In totaal werden 412 personen onderzocht.
Het onderzoek bestond uit het invullen van een extra vragenlijst, een
bloedonderzoek en een longfunctie test. Dit onderzoek is inmiddels afgerond en
momenteel worden alle gegevens geanalyseerd. Alle deelnemende gezinnen hebben de
individuele uitslagen van het onderzoek ontvangen, en de tweelingen hebben
nadien ook de uitslagen van een zygositeitstest gekregen. De uitkomst van het
klinische deel van het onderzoek zal de komende tijd worden bekend gemaakt.
We willen graag alle tweelingen en hun ouders bedanken voor hun medewerking aan dit onderzoek.