ONDERZOEK NAAR DE BOUW VAN DE HERSENEN

In 1996 is, in samenwerking met het Nederlands Tweelingen Register van de Vrije Universiteit, in het Academisch Medisch Centrum Utrecht een onderzoek van start gegaan naar de bouw van de hersenen bij tweelingen en hun broers en zussen. Het doel van dit onderzoek is om na te gaan in welke mate de bouw van de hersenen erfelijk bepaald is. Tot op heden is hierover weinig tot niets bekend en tweelingonderzoek speelt bij de beantwoording van deze vraag een belangrijke rol.  Eeneiige tweelingen hebben immers dezelfde genen. Twee-eiige tweelingen daarentegen hebben gemiddeld maar voor de helft dezelfde genen, net als twee andere broers of zussen die geen tweeling zijn.  Door  de bouw van de hersenen bij eeneiige tweelingen te vergelijken met de hersenbouw bij twee-eiige tweelingen, kan worden onderzocht in hoeverre erfelijke factoren de structuur van de hersenen bepalen. Als de hersenstructuur namelijk helemaal bepaald zou worden door erfelijke factoren dan zou deze bij eeneiige tweelingen gelijk moeten zijn, omdat ze dezelfde genen hebben.

Onderzoek naar de bouw van de hersenen bij de levende mens is mogelijk met een techniek die Magnetische Resonantie Imaging (MRI) heet. Bij MRI wordt gebruik gemaakt van een magneetveld en radiogolven. Met behulp van de radiogolven en het magneetveld worden bepaalde signalen in het lichaam opgewekt. Deze signalen worden door een antenne ontvangen en door een computer in een beeld vertaald. Het mooie van MRI is, dat er geen röntgenstralen of radioactieve stoffen aan te pas komen. Het is een onschadelijke methode.

Voor de verwerking van de MRI-afbeeldingen van de hersenen worden geavanceerde computerprogramma's gebruikt. Hiermee kan de structuur van verschillende delen van de hersenen zeer nauwkeurig worden gemeten. Je kunt bijvoorbeeld meten hoe groot de ‘hippocampus’ is, een gebied in de hersenen dat betrokken is bij het geheugen (zie figuur 1). In eerste instantie wordt naar het volume van hersengebieden gekeken. In een later stadium van het onderzoek wordt ook naar de vorm gekeken.

Figuur 1.

De hippocampus is wit omcirkeld

 

 

 

 

Begin dit jaar is met de verwerking van alle MRI-afbeeldingen begonnen. Zoals bij ieder onderzoek, neemt de verwerking van de gegevens veel tijd in beslag. De eerste indruk is echter, dat eeneiige tweelingen in de bouw van de hersenen veel meer op elkaar lijken dan twee-eiige tweelingen.

Bijna iedereen die heeft meegedaan aan het MRI-onderzoek in Utrecht, neemt ook deel aan een EEG-onderzoek op de Vrije Universiteit in Amsterdam. Met een EEG (elektro-encephalogram)  kan op eenvoudige wijze aan de buitenkant van de schedel de activiteit van de hersenen worden gemeten. Zo kunnen we meten hoe onze hersenen reageren wanneer we bepaalde taken moeten uitvoeren, zoals het onthouden van figuren. In het EEG-onderzoek wordt dus gekeken naar het functioneren van de hersenen, terwijl in het MRI-onderzoek wordt gekeken naar de structuur van de hersenen. Functie en structuur van de hersenen hebben veel met elkaar te maken. Ons geheugen bijvoorbeeld wordt voor een groot deel geregeld in de ‘hippocampus’. Wanneer we een beroep doen op ons geheugen begint de hippocampus hard te werken. Dit ‘harde werken’ kunnen we met EEG-onderzoek in kaart brengen. En zo kunnen we in de toekomst bijvoorbeeld zien of de vorm en de grootte van de hippocampus samenhangt met het hard werken van onze hersenen tijdens een geheugenopdracht.

Alle tweelingen en hun broers en zussen die tot nu toe aan het MRI- en EEG-onderzoek hebben meegedaan willen we zeer hartelijk bedanken. Wij hopen dat we in het komende jaar weer een groot aantal nieuwe families in Utrecht en Amsterdam mogen ontvangen.