GEZONDHEID EN LEEFGEWOONTEN

Tien jaar geleden werd begonnen met onderzoek naar gezondheid en leefgewoonten bij tweelingen vanaf 12 jaar. Sinds 1991 krijgen deze tweelingen en hun familieleden om de twee jaar vragenlijsten over gezondheid, werk, geloof, alcoholgebruik, roken, sportdeelname en persoonlijkheid. Ook broers en zussen van de tweeling zijn bij het onderzoek betrokken. Door tweelingen te vergelijken met hun broers en zussen kan worden nagegaan of tweelingen anders zijn dan eenlingen. Dit blijkt voor de tot nu toe onderzochte eigenschappen niet het geval te zijn. Dezelfde families hebben meerdere malen een vragenlijst teruggestuurd, soms al vier keer. Daaruit komt naar voren dat jongeren die in 1991 gedragsproblemen hebben en erg druk en agressief zijn, in 1997 een grotere kans hebben op alcoholproblemen. Ze drinken meer alcohol dan jongeren zonder gedragsproblemen. Voor een betere preventie van alcoholproblemen is het belangrijk om te weten dat gedragsproblemen vaak samen kunnen gaan met latere alcoholproblemen

 

Verschillen in leefgewoonten

Niet iedereen is hetzelfde. Sommige jongeren zijn zeer sportief en roken niet, andere jongeren houden meer van uitgaan en laten zich gaan op feestjes. Komen deze  verschillen door erfelijke aanleg of door verschillen in de sociale omgeving? Tweelingenonderzoek biedt de mogelijkheid om onderscheid te maken tussen de invloed van genen en omgeving. Als genen van invloed zijn op roken, dan zullen eeneiige tweelingen vaker allebei roken dan twee-eiige tweelingen. Eeneiige tweelingen hebben immers precies hetzelfde erfelijke materiaal, terwijl bij twee-eiige tweelingen, net als bij gewone broers en zussen, ongeveer de helft van hun erfelijke materiaal hetzelfde is. Begin jaren negentig was nog niet veel bekend over de invloed van erfelijke aanleg en de omgeving op leefgewoonten van jongeren. Inmiddels weten we uit het NTR-onderzoek dat beginnen met roken en drinken vooral door de sociale omgeving wordt bepaald en maar voor een klein deel door erfelijke aanleg.

 

NIEUW ONDERZOEK NAAR NICOTINEVERSLAVING

Na de eerste ervaringen met nicotine is erfelijke aanleg wel van groot belang voor het aantal sigaretten dat iemand rookt. De volgende vraag is nu of deze sterke invloed van erfelijke aanleg bepalend is voor het feit dat veel mensen erg moeilijk kunnen stoppen met roken als ze eenmaal zijn begonnen. Sommige mensen breken nicotine langzaam af. Deze langzame verwerkers houden langer een hoog niveau van nicotine in hun lichaam en hebben daardoor minder sigaretten nodig om het gewenste effect van nicotine te krijgen. Mensen die nicotine snel afbreken, hebben meer sigaretten per dag nodig om de nicotineconcentratie in het lichaam op peil te houden en zullen waarschijnlijk eerder afhankelijk worden van nicotine. Waarschijnlijk speelt de snelheid van nicotineafbraak ook een rol bij beginnen met roken. Beginnende rokers die langzaam nicotine afbreken, zullen meer negatieve effecten van nicotine ervaren, ze worden bijvoorbeeld eerder misselijk en zullen daardoor minder geneigd zijn om door te gaan met roken dan mensen met een snelle verwerking van nicotine.

Met een nieuw onderzoek naar nicotineverslaving willen we nagaan welke genen betrokken zijn bij het verslavende effect van nicotine. Naast de snelheid waarmee nicotine wordt afgebroken, kunnen ook andere mechanismen een rol spelen. Zo zouden genen betrokken kunnen zijn bij de gevoeligheid van de hersenen voor de effecten van nicotine. Door een verschil in erfelijke aanleg zal de ene persoon eerder een ontspannen effect van nicotine ervaren dan de ander. Deze persoon zal waarschijnlijk eerder geneigd zijn om te blijven roken. Om mensen die willen stoppen met roken beter hulp te kunnen bieden is het belangrijk een antwoord op deze vragen te hebben.

In het najaar van 1999 wordt opnieuw een vragenlijst verstuurd naar alle jong-volwassen en volwassen tweelingen en hun broers en zussen. Daarin staan net als de vorige keren ook weer veel vragen over roken, gezondheid, alcoholgebruik en persoonlijkheidseigenschappen. We beseffen dat het iedere keer weer een aanslag op uw tijd is deze lijsten in te vullen. Maar waarom iemand rookt en hoeveel iemand rookt, is een complex proces. Zo gaat roken vaak samen met alcoholgebruik. Zware rokers zijn vaak ook stevige drinkers. En roken hangt ook samen met persoonlijkheid en of iemand zich snel zorgen maakt en veel last heeft van stress. Om naar al die aspecten te kunnen kijken moeten er veel vragen worden gesteld. We hopen dat iedereen die in het verleden vragenlijsten heeft ingevuld voor het onderzoek naar gezondheid en leefgewoonten nu ook weer meedoet. Om het verschil tussen niet-rokers en rokers te kunnen onderzoeken is het belangrijk dat niet alleen rokers maar ook mensen die nog nooit een sigaret hebben opgestoken meedoen aan het onderzoek.