Sinds
de oprichting van het Nederlands Tweelingen Register ontvangen ouders met jonge
tweelingen regelmatig een vragenlijst waarin naar allerlei aspecten van het
gedrag van hun kinderen wordt gevraagd. De eerste gedragsvragenlijst ontvangen
de ouders als de kinderen drie jaar oud zijn, vervolgens op 5-, 7- en 10-jarige
leeftijd en op dit moment wordt de lijst verstuurd naar gezinnen met een
12-jarige tweeling. Deze doorlopende studie is het grootste onderzoek naar het
ontstaan van gedragsproblemen van
opgroeiende kinderen in Nederland. Het
succes van dit onderzoek danken wij vooral aan de vrijwillige medewerking van
alle ouders die steeds bereid zijn de vragenlijsten in te vullen!
Vaders
en moeders
Voor
de lijsten verzameld op 3-, 7-, en 10-jarige leeftijd geldt dat de moederlijst
in 99% van de gevallen ook daadwerkelijk door de moeder is ingevuld. Op de
vaderlijst heeft ongeveer 3% van de invullers aangegeven een ander te zijn dan
de biologische vader van de tweeling. Het merendeel van de vaders werkt minstens
vier dagen per week, waarvan bijna de helft zelfs meer dan 40 uur per week. Over
de moeders kunnen we vertellen dat 85% een beroep uitoefent als de tweeling
ongeveer drie jaar is. Opvallend is het grote verschil in het aantal werkende
moeders zeven jaar later; dan combineert nog slechts 50% van dezelfde groep
vrouwen het moederschap met een baan. Van deze werkende groep heeft drie op de
vier moeders een baan van maximaal drie dagen in de week. Deze gegevens zijn
gebaseerd op de antwoorden van ruim 700 vaders en 800 moeders die op alle
tijdstippen de vragenlijsten hebben teruggestuurd. Helaas kunnen we niet nagaan
waarom zoveel moeders besloten hebben te stoppen met werken. Het kunnen diverse
redenen zijn. Misschien zijn het problemen met kinderopvang, of zijn er kinderen
in het gezin bijgekomen?
Moeders
overbezorgd, vaders laconiek?
Als
vader en moeder het gedrag van hun kinderen beoordelen, is het goed mogelijk dat
zij verschillen in hun opvatting over de kinderen. Dit is begrijpelijk: iedere
ouder gaat op zijn eigen manier met de kinderen om, vindt sommige aspecten van
gedrag minder of meer belangrijk dan de andere ouder, of ziet de kinderen
misschien minder vaak of in andere situaties. Uit verschillende onderzoeken in
Nederland en in het buitenland is naar voren gekomen dat moeders meer
gedragsproblemen rapporteren dan vaders. Dit verschil in beoordeling vinden wij
ook terug bij de tweelingen. Opvallend hierbij is dat het verschil tussen
moeders en vaders consequent voorkomt. Het geldt voor zowel jongens als meisjes,
voor zowel eeneiige als twee-eiige tweelingen, voor 3-, 7- en 10-jarigen en voor
elk aspect van probleemgedrag dat met de vragenlijst gemeten kan worden. Maken
de moeders van elke mug een olifant of zijn het de vaders die de
gedragsproblemen van hun kinderen onderschatten? Hier is geen uitspraak over te
doen. Het gaat er ook niet om wie van de ouders de betere beoordelaar is. Juist
door informatie te verzamelen over dezelfde kinderen van verschillende
beoordelaars (zoals beide ouders en mogelijk de leerkracht) wordt een zo
algemeen en volledig mogelijk beeld van de kinderen verkregen. Overigens zijn
ouders het wel bijna altijd met elkaar eens over het voorkomen van
gedragsproblemen, alleen schatten moeders de problemen daarbij iets ernstiger
in.
Twee
soorten gedragsproblemen
De
vragenlijst die naar ouders van jonge tweelingen wordt toegestuurd maakt
onderscheid tussen twee soorten gedragsproblemen. Ten eerste problemen die te
maken hebben met ‘naar binnen gericht gedrag’ zoals teruggetrokken gedrag,
angstig/depressief gedrag en lichamelijke problemen waar geen duidelijke
medische oorzaak voor gevonden kan worden. Ten tweede problemen die te maken
hebben met ‘naar buiten gekeerd gedrag’ zoals ongehoorzaamheid en agressief
gedrag. Ook als de kinderen geen gedragsproblemen hebben, is dat belangrijke
informatie om te weten. Als alleen de ouders van heel drukke kinderen of heel
angstige kinderen de vragenlijst zouden terugsturen, zou een vertekend beeld
ontstaan.
Uit
de gegevens die verzameld zijn, komt naar voren dat tweelingen niet méér
gedragsproblemen hebben dan andere Nederlandse kinderen van dezelfde leeftijd.
Als meisjes gedragsproblemen vertonen, heeft dit meestal te maken met ‘naar
binnen gekeerd gedrag’. Bij jongens zien we vaker ‘naar buiten gekeerd
gedrag’. Dit verschil tussen jongens en meisjes valt al op in het derde jaar.
We hebben ook gekeken of eeneiige
tweelingen andere gedragsproblemen hebben dan twee-eiige tweelingen. Dit is niet
het geval, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd.
Verloop
van gedragsproblemen
Wat is de samenhang tussen gedragsproblemen op 3-jarige leeftijd en gedragsproblemen op latere leeftijd? Verandert er veel in het gedrag tijdens de ontwikkeling van kinderen? Gegevens over dezelfde kinderen verzameld op verschillende tijdstippen geven het beste antwoord op deze vragen. Het blijkt dat gedragsproblemen op 3-jarige leeftijd slechts voor een klein deel voorspellen welke gedragsproblemen een kind heeft op 7- en 10-jarige leeftijd. Als echter wordt gekeken naar de overeenkomsten tussen gedragsproblemen op 7-jarige leeftijd en 10-jarige leeftijd dan blijkt de samenhang veel sterker. Met andere woorden, kinderen van zeven jaar met gedragsproblemen hebben een grote kans dat ze die problemen nog steeds hebben als ze tien jaar zijn. Kinderen tot zeven jaar vertonen meer verandering in hun gedrag dan oudere kinderen.
Tweelingen
van 1986 en 1987
De eerste tweelingen die in het NTR werden ingeschreven, zijn geboren in 1986 en 1987. Zij zijn inmiddels 12 jaar geworden. Alle ouders van een 12-jarige tweeling krijgen opnieuw de gedragsvragenlijst toegestuurd. U heeft deze lijst ook ingevuld toen de tweeling 3, 7 en 10 jaar oud was. Het lijkt misschien overbodig om dezelfde vragen steeds opnieuw te moeten beantwoorden, maar we willen graag weten hoe het gedrag verandert met het ouder worden. Misschien gedragen kinderen aan het begin van de puberteit zich anders dan jongere kinderen. Ook als het gedrag van uw kind niet veranderd is, willen wij dat graag weten. Op die manier krijgen wij een goed overzicht van welke gedragsproblemen voorkomen bij 12-jarige kinderen in Nederland en in welke mate eerdere gedragsproblemen en erfelijke aanleg een rol spelen bij het ontstaan van bepaalde gedragsproblemen. We hopen daarom dat u, net als in het verleden, bereid bent om de vragenlijsten in te vullen.