Tweelingen en hun gezinsleden in onderzoek

In dit onderzoek (het verhaal wat nu gaat komen, gaat natuurlijk ook op voor ander onderzoek binnen het NTR) worden zowel tweelingen als hun broers en zussen gevraagd om mee te doen. Hieronder zal worden uitgelegd waarom tweelingen gevraagd worden mee te doen aan dit type onderzoek. Als dit allemaal bekend is kunt u hier doorklikken, zodat u alleen meer leest over het extended twin design.

Om te onderzoeken waardoor mensen verschillen in bepaalde eigenschappen kunnen ze gaan kijken naar tweelingen en hun broers en zussen. Hierbij gaan ze ervan uit dat mensen verschillen doordat hun DNA verschilt, doordat ze in verschillende gezinnen zijn opgegroeid en/of doordat mensen verschillende dingen meemaken.

Ze kunnen bijvoorbeeld gaan kijken naar eeneiige tweelingen en hun broers en zussen. Als de eeneiige tweelingen en hun broers en zussen heel erg op elkaar lijken, weten de onderzoekers dat dat kan komen, doordat ze allemaal dezelfde dingen meemaken, omdat ze in hetzelfde gezin opgroeien. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat ze allemaal van voetballen houden, omdat hun vader altijd graag met zijn kinderen voetbalt (zie tabel, voorbeeld 1).

Maar als eeneiige tweelingen wel en hun broers en zussen niet op elkaar lijken, kan dat komen doordat ze verschillend DNA hebben. In het DNA van de eeneiige tweeling staat bijvoorbeeld ‘dol op voetbal’, maar in het DNA van de broer van de tweeling staat ‘dol op tekenen’ (zie tabel, voorbeeld 2).

Ook kan het zijn dat de helften van de eeneiige tweeling niet op elkaar lijken. Dit komt dan doordat ze niet allebei precies hetzelfde meemaken of doen. Zo kan er bijvoorbeeld in de genen van de tweeling staan: dol op voetbal, maar heeft één helft een keer zijn pols gebroken bij het voetbal en wil zij nu nooit meer voetballen (zie tabel, voorbeeld 3).

Ook kunnen onderzoekers kijken naar eeneiige en twee-eiige tweelingen uit verschillende gezinnen. Ze kijken dan hoe veel een eeneiige tweeling op elkaar lijkt en hoe veel een twee-eiige tweeling op elkaar lijkt. Als nu blijkt dat eeneiige tweelingen veel meer op elkaar lijken dan twee-eiige tweelingen, dan weten ze dat dat komt doordat eeneiige tweelingen hetzelfde DNA hebben en twee-eiige tweelingen niet. Zo kan bijvoorbeeld blijken dat eeneiige tweelingen altijd dezelfde haarkleur hebben, maar twee-eiige tweelingen soms wel en soms niet (zie tabel, voorbeeld 4).

Als de eeneiige tweelingen nu netzo veel op elkaar lijken als twee-eiige tweelingen op elkaar lijken dan weten de onderzoekers dat dat komt doordat de tweelingen door dezelfde ouders opgevoed zijn. Als blijkt dat eeneiige en twee-eiige tweelingen uit hetzelfde gezin vaak van hetzelfde eten houden, dan komt dat doordat ze bijvoorbeeld in hun jeugd altijd hetzelfde te eten hebben gekregen (zie tabel, voorbeeld 5).

 

Tabel Waardoor zijn er verschillen tussen mensen?

Voorbeeld nummer

Wat zijn de verschillen en overeenkomsten?

Voorbeeld

Waardoor komt dit?

1

Tweelingen en broers en zussen lijken op elkaar

Alle kinderen in het gezin houden van voetballen

Ze zijn door dezelfde ouders opgevoed.

(zelfde omgeving)

2

Eeneiige tweeling lijkt op elkaar maar de broers en zussen lijken niet op elkaar of op de tweeling.

De tweeling houdt van voetbal, maar het broertje van tekenen.

De eeneiige tweeling heeft ander DNA dan de broers en zussen.

(genen)

3

Eeneiige tweeling lijkt niet op elkaar.

De ene helft van de tweeling houdt van voetbal de andere helft houdt van lezen.

De kinderen van de eeneiige tweeling maken verschillende dingen mee.

(unieke omgeving)

4

Eeneiige tweelingen lijken meer op elkaar de twee-eiige tweelingen

Eeneiige tweelingen hebben altijd dezelfde keur haren, maar twee-eiige tweelingen soms wel en soms niet.

Eeneiige tweeling hebben hetzelfde DNA, maar twee-eiige tweelingen niet.

(genen)

5

Eeneiige tweelingen lijken netzo veel op elkaar als twee-eiige tweelingen.

Kinderen uit hetzelfde gezin houden van hetzelfde eten.

De kinderen van iedere tweeling zijn door dezelfde ouders opgevoed.

(zelfde omgeving)