Iemands intelligentie wordt gemeten door middel van een IQ-test. Deze test bestaat uit een groot aantal vragen, waar zo snel mogelijk het juiste antwoord op moet worden gevonden. Sommige vragen testen het taalbegrip, andere testen ondermeer ruimtelijk inzicht. De totaalscore op de verschillende onderdelen van de test resulteert in een bepaald getal, het IQ. In dit onderzoek zullen de WISC-III en de Raven Standard Matrices (deze test meet ook abstract redeneren) worden opgenomen.
De WISC-III is ontwikkeld om de intelligentie van 9 tot 17
jarige te meten. Intelligentie kan op verschillende manieren gedefinieerd
worden. Bij de WISC wordt intelligentie gedefinieerd als ‘het vermogen van het individu om doelgericht
te handelen, rationeel te denken en effectief met zijn omgeving om te kunnen
gaan’. Om al deze aspecten van intelligentie te meten, worden 12
verschillende subtesten afgenomen, die ieder een ander aspect van de
intelligentie meten. Bij elkaar geven deze subtesten een weergave van het algemeen intelligentieniveau van het kind, waarbij ook een
onderscheid gemaakt wordt tussen verschillende intelligentie gebieden. Ouders
van kinderen die hebben deelgenomen aan het onderzoek ontvangen na afloop een
rapport met de uitkomsten.
We meten het leervermogen met behulp van een aantal taken.
Deze taken meten aandacht, verwerkingssnelheid, verbaal vermogen, plannen,
geheugen, herkennen van emoties, en reactievermogen. Zo zal er onderzocht
worden hoe goed de kinderen een lijstje woorden kunnen onthouden, of hoeveel
tijd ze nodig hebben om te zien welke van twee lijnstukken het langste is. Ook
wordt er een test afgenomen om te kijken of er mogelijk sprake is van
leesproblemen.
Een gedeelte van de taken zal op een computer afgenomen
worden. Het andere deel zal door de onderzoekers afgenomen worden. Veel
kinderen vinden het leuk om de taakjes zo snel en nauwkeurig mogelijk te
volbrengen.