Onderzoekers:
![]() |
![]() |
|
drs. Jiska Peper |
drs. Marieke van Leeuwen |
Voor dit onderzoek werken het NTR en het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) samen. In het onderzoek wordt gekeken naar de erfelijkheid van hersenontwikkeling en het vermogen om te leren. Het doel is in de eerste plaats meer leren over hoe het komt dat mensen verschillen in hun verstandelijke vermogens. Wordt dit vooral veroorzaakt door verschillen in de genen of in de omgeving? Tevens is het doel meer te weten komen over de invloed van geslachtshormonen op de ontwikkeling van de hersenen en het verstandelijk vermogen en over de samenhang tussen ontwikkeling van de hersenen en het vermogen om te leren. Met dit onderzoek hopen de onderzoekers meer inzicht te krijgen in de normale ontwikkeling van de hersenen en het verstandelijk vermogen waardoor de oorzaken van verschillen tussen kinderen beter herleid kunnen worden. Dit zou in de in de toekomst kunnen leiden tot een beter begrip van psychiatrische ziektebeelden.
Om de ontwikkeling van de hersenen en de verstandelijke vermogens te kunnen volgen, zullen de tweelingen die deelnemen aan het onderzoek zowel op negenjarige als elfjarige leeftijd onderzocht worden. Negen jaar is de leeftijd waarop de meeste kinderen de eerste tekenen van de puberteit vertonen en een belangrijke periode in de ontwikkeling van kinderen. Van groot belang bij dit onderzoek is dat ook de broertjes en/of zusjes van de tweeling in de leeftijdsgroep 9 tot 14 worden onderzocht. Voor deze leeftijd is gekozen, omdat deze leeftijd nog redelijk in de buurt ligt van 9 en 11 jaar. Kinderen jonger dan 9 worden niet meegenomen in het onderzoek, omdat deze niet bijdragen aan een beter begrip van veranderingen die ontstaan in de puberteit.
Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen. In het eerste gedeelte zullen er op de VU testen afgenomen worden om de intelligentie en het leervermogen te bepalen. Op een andere dag zal er, na een kort interview, in het UMCU een hersenscan gemaakt worden. Naast de testresultaten en de hersenscan, willen de onderzoekers graag informatie over hoever de kinderen in de puberteit zijn. Dit wordt bepaald aan de hand van de concentratie geslachtshormonen in urine en speeksel en met behulp van een vragenlijst. Tevens wordt gekeken naar de concentratie cortisol in speeksel. Tenslotte wordt er DNA-materiaal verzameld voor eventueel vervolgonderzoek en om te bepalen of de tweeling één- of twee-eiig is. Deze gegevens kunnen thuis worden verzameld en worden meegebracht naar de afspraak op de VU.
· Klik hier om te lezen waarom tweelingen en hun broertjes en zusjes onderzocht worden.
· Klik hier om meer te lezen over neuropsychologische tests
· Kik hier om meer te lezen over MRI-scans
· Klik hier om meer te lezen over DNA
§ dr. Stéphanie van den Berg
§ dr. Marcel Zwiers
§ dr. Hilleke Hulshoff-Pol
§ Prof. dr. Dorret Boomsma
§ Prof. dr. René Kahn
§ dr. Caroline van Baal