Nieuws


Veni-beurs toegekend aan NTR-onderzoeker Marleen de Moor

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft tien veni beurzen toegekend aan beginnende onderzoekers van de VU. Een van die onderzoekers is Marleen de Moor, verbonden aan het Nederlands Tweelingen Register. Marleen onderzoekt of een ongezonde leefstijl (weinig sporten, veel drinken) meer depressie veroorzaakt, of dat depressie juist leidt tot een ongezondere leefstijl. Hiervoor ontwikkelt zij nieuwe methodes die oorzaak en gevolg beter kunnen onderscheiden.


Meer vroeggeboorte en verandering geboortegewicht bij tweelingen

Bron: Gezamenlijk persbericht Maastricht UMC, Vrije Universiteit, Amsterdam en Katholieke Universiteit Leuven: 16 juli, 2010

Tweelingen worden steeds vroeger geboren, maar hebben ook steeds betere overlevingskansen. Dit komt onder meer door  steeds betere controlemogelijkheden en omdat risico zwangerschappen beter worden herkend. Met keizersneden kunnen gynaecologen makkelijker ingrijpen en kinderartsen/neonatologen zijn beter geworden in de opvang van te vroeg geboren kinderen.
Deze te vroeg geboren kinderen zijn  ook steeds lichter van gewicht. Opvallend is echter dat tweelingen die het “goed” doen en na de 32e week geboren worden, steeds zwaarder worden. Dit is nog niet eerder op deze wijze aangetoond, en een precieze verklaring is er nog niet.

Een en ander blijkt uit onderzoek van het Maastricht Universitair Medisch Centrum (Maastricht UMC), de Katholieke Universiteit Leuven en de Vrije Universiteit van Amsterdam, in samenwerking met het Belgische Oost-Vlaams Meerlingenregister (bijgehouden sinds 1964) en het Nederlands Tweelingen Register (gestart in 1987).

21.000 tweelingen
Met gegevens van meer dan 6.000 Belgische en bijna 15.000 Nederlandse levend geboren tweelingparen is onderzocht hoe de zwangerschapsduur en geboortegewichten van tweelingen de afgelopen jaren zijn veranderd.
De resultaten van deze studie onder meer dan 21.000 tweelingen worden binnenkort gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Human Reproduction en zijn inmiddels online beschikbaar (http://humrep.oxfordjournals.org/cgi/content/full/deq160v1)

10 dagen
Sinds 1964 is de gemiddelde zwangerschapsduur van tweelingen 10 dagen korter geworden. Wat geboortegewicht betreft, zijn de tweelingen die zeer prematuur geboren worden (voor de 32ste week) in gewicht afgenomen. Waarschijnlijk heeft het te maken met betere en intensievere controles van tweelingzwangerschappen. Daardoor worden risico-tweelingen vroeger geboren, bijvoorbeeld door een keizersnede, omdat te vroeg geboren kinderen tegenwoordig betere overlevingskansen hebben.

Tweelingen geboren na de 32ste week zijn juist in gewicht toegenomen. Hoogst waarschijnlijk is deze toename in geboortegewicht de reden dat de kinderen spontaan eerder worden geboren. Immers, omdat de ongeboren kinderen zwaarder worden, moet de baarmoeder meer uitzetten en is er een grotere kans dat de baring daarom eerder begint.

Trend
Deze resultaten bevestigen buitenlands onderzoek, maar nu is ook voor het eerst gekeken naar verschillen tussen een- en twee-eiige tweelingen. Hoewel eeneiige tweelingen nog een kortere zwangerschapsduur en een lager geboortegewicht hebben dan twee-eiige, is de trend voor beide hetzelfde. Deze trend is ook hetzelfde voor de Nederlandse en Belgische tweelingen.

De gevonden trends kunnen niet eenduidig verklaard worden door een toename in vruchtbaarheidsbehandelingen, een toename van keizersnedes of hogere leeftijd van de moeder.
Toch blijft het zo dat te vroeg geboren kinderen minder kansen hebben dan kinderen die “op tijd” geboren worden. De kans op vroeggeboorte bij tweelingzwangerschappen is ook duidelijk hoger dan bij eenlingzwangerschappen. Daarom moeten we blijven stimuleren dat vrouwen op jongere leeftijd zwanger worden (met het stijgen van de leeftijd neemt de kans op een tweeling toe) en moet bij vruchtbaarheidsbehandelingen (zoals IVF) gestreefd blijven worden naar het ontstaan van eenlingzwangerschappen.


BBC-documentaire Twins & interview met Meike Bartels

De Belgische zender Canvas zond onlangs de BBC-documentaire Twins uit. Naar aanleiding hiervan publiceerde de VPRO-gids een interview met NTR-onderzoeker Meike Bartels.

 


Blind - Interdisciplinair tijdschrift

Op www.ziedaar.nl kunt u terecht voor interessante artikelen in een digitaal, interdisciplinair blad, bedoeld voor studenten, docenten en onderzoekers met een interesse die over de grenzen van vakgebieden reikt. U kunt er onder andere een artikel lezen van Mark Patrick Roeling over tweelingstudies en intelligentie.

 


Ook ADHD bij volwassenen is genetisch bepaald

Hoewel er erg veel onderzoek wordt gedaan naar ADHD bij kinderen, is er weinig bekend over ADHD bij volwassenen en vraagt men zich zelfs af of de aandoening wel bestaat bij volwassenen. Onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register (NTR) van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) publiceren de bevindingen van hun onderzoek naar ADHD bij volwassenen in de Public Library of Science (klik om direct naar de publicatie te gaan). Klik hier om de rest van het artikel op gezonderworden.nl te lezen.
 


Scienceflash van wetenschap24.nl: interview met Jacqueline Vink over genen en rookgedrag

Een groot internationaal onderzoek leert ons meer over de genetische aanleg voor rookverslaving. Jacqueline Vink werkte namens de VU mee en ScienceFlash ging bij haar op bezoek. Klik hier om het weekjournaal te bekijken.
 


Genen gevonden voor rookgedrag

Onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register (NTR) en de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA) van het Vrije Universiteit Medisch Centrum (VUmc) werkten mee aan de ontdekking van een genetische variant die het de drager makkelijker maakt om te stoppen met roken. Er werd ook een gen gevonden dat de kans beïnvloedt om met roken te beginnen en verschillende genen die invloed hebben op het aantal sigaretten dat iemand rookt. Een van die genen ligt op chromosoom 15 in een gebied met genen voor nicotinereceptoren. Eerder vonden onderzoekers ook al een verband tussen deze genen en nicotineverslaving.

 

Het onderzoek werd gedaan door een grote groep onderzoekers van binnen en buiten Nederland. Zij hopen dat hun ontdekking kan bijdragen aan de ontwikkeling van therapieën en medicijnen die het stoppen met roken kunnen bevorderen. Daarvoor is wel meer onderzoek nodig. Deze resultaten maken duidelijk dat genetische aanleg het voor sommige mensen veel moeilijker maakt om daadwerkelijk te kunnen stoppen met roken.

 

De onderzoekers putten uit een omvangrijk genetisch onderzoek waarin zestien studies uit de hele wereld zijn samengebracht. Zij hebben het DNA van meer dan 74.000 mensen vergeleken, waarbij zij onderscheid maakten tussen rokers en niet-rokers en tussen verschillende groepen rokers.

 

De NTR- en NESDA-onderzoekers hebben ook meegewerkt aan een tweede onderzoek naar de genetische aanleg voor roken binnen Europa. Hier werden genen gevonden voor het beginnen met roken en voor het aantal sigaretten dat iemand per dag rookt. Behalve genen uit het bekende gebied op chromosoom 15 waar de nicotinereceptoren liggen werden ook twee nieuwe genen gevonden die een rol spelen bij het afbreken van nicotine door het lichaam.

 

Beide artikelen staan deze week in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Nature Genetics en zijn ook in te zien op de NTR-website: klik hier voor het artikel van The Tobacco and Genetics Consortium en hier voor het artikel van The ENGAGE Consortium.
 

Klik hier om een artikel uit dagblad Metro (dinsdag 27 april) over het onderzoek te lezen.

 


Gezondheid zit om je genen

‘Het zit in je genen’ is een gevleugelde uitdrukking geworden. Maar het grootschalige genetisch onderzoek van de afgelopen jaren laat juist zien dat we gezondheid en ziekte maar gedeeltelijk kunnen begrijpen door ‘in’ de genen te kijken. Er komen steeds meer aanwijzingen dat de juiste verpakking van genen in de lichaamscellen essentieel is voor een goede gezondheid. Hoogste tijd dus om niet alleen ‘in’ maar ook ‘om’ genen heen te gaan kijken. Daar is een nieuw type wetenschappelijke studie voor nodig. Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum en de Vrije Universiteit hebben uitgezocht hoe zulke studies uitgevoerd moeten worden. 

De verpakking van genen bepaalt of een gen al dan niet actief kan zijn. Dit wordt epigenetica genoemd. ‘Epi’ is Grieks voor omheen, dus om de genetica heen. Een van de verpakkingsmaterialen is het methylmolecuul. Genen die verpakt zijn in veel methylmoleculen zijn meestal inactief. Sommige omstandigheden kunnen blijvende veranderingen in de verpakking veroorzaken en dus in de activiteit van genen. Zo hebben Leidse onderzoekers bij mensen die 60 jaar geleden tijdens de Hongerwinter zijn verwekt, epigenetische veranderingen teruggevonden. Al met al zijn er redenen genoeg op de rol van epigenetica in het ontstaan of juist uitblijven van ziekten te onderzoeken. Het lastige is dat er veel minder bekend is van epigenetica dan van genetica. Bovendien kan epigenetische informatie in tegenstelling tot genetische veranderen gedurende het leven en zijn er verschillen tussen weefsels en organen.

 

‘Alle mitsen en maren deden ons het ergste vrezen. We waren dan ook verrast dat er maar weinig verschillen zijn in het patroon van methylmoleculen van een persoon nu in vergelijking met 20 jaar geleden. Bovendien lijkt het er op dat een bloedmonster waardevolle informatie bevat over het methylmoleculenpartoon in andere weefsels die een belangrijke rol spelen in ziekten maar onmogelijk af te nemen zijn’, aldus onderzoeksleider dr. Bas Heijmans. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dan ook dat veel van de grote bevolkingsonderzoeken die opgezet zijn voor genetische studies, zoals het Nederlandse Tweelingen Register en de Leiden Langleven Studie, ook bruikbaar kunnen zijn voor epigenetisch onderzoek. Heijmans is dan ook optimistisch: ’Als we epigenetica met genetica combineren kunnen we beter begrijpen wat er nodig is om gezond oud te worden. En wie weet kunnen wie die kennis straks gebruiken in het ziekenhuis want in tegenstelling tot fouten in de genen, zijn fouten om de genen in principe te repareren.’

 

Dit onderzoek is financieel ondersteund door de Nederlandse Hartstichting, het EU network LifeSpan, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO en het Nederlands Consortium for Healthy Ageing.

In het artikel Variation, patterns, and temporal stability of DNA methylation: considerations for epigenetic epidemiology is meer informatie te vinden over het onderzoek.


Laag geboortegewicht en type 2 Diabetes bepaald door hetzelfde gen

Het verband tussen een laag geboortegewicht en type 2 Diabetes was al langer bekend. Nu weten we dat dit verband een genetische oorzaak heeft. Dat publiceert een internationaal team van onderzoekers, waaronder prof. dr. Dorret Boomsma van de Vrije Universiteit, vandaag in Nature Genetics.

De onderzoekers analyseerden data van meer dan 38.000 Europeanen uit 19 studies naar zwangerschap en geboorte. Twee ‘genetische varianten’ toonden een sterk verband met het geboortegewicht. Een van deze varianten, te vinden in het gen ADCY5, werd onlangs in verband gebracht met type 2 Diabetes (de meest voorkomende variant van Diabetes - vroeger 'ouderdomsdiabetes' genoemd).. Deze vondst helpt verklaren waarom bij baby’s met een laag geboortegewicht later vaker type 2 Diabetes voorkomt. Tot nu toe werd deze verklaring vooral gezocht in de ‘omgeving’, zoals het gedrag van de moeder tijdens de zwangerschap.

 

De gevonden genetische effecten blijken een belangrijke invloed te hebben: 9% van de Europeanen erft alle 4 risicoallelen die zorgen voor een lager geboortegewicht. Deze groep weegt gemiddeld 113 gram minder dan de 24% die één of geen van deze allelen (varianten van een gen) erft. Dit effect op het geboortegewicht is vergelijkbaar met het effect van een moeder die tijdens de zwangerschap 4 à 5 sigaretten per dag rookt. Daarnaast heeft de groep met de twee genetische varianten 25% meer kans op het ontwikkelen van type 2 Diabetes dan de groep die deze genetische varianten niet erft.

 

Uit familieonderzoek, zoals het onderzoek dat wordt uitgevoerd met gegevens uit het Nederlands tweelingenregister (NTR), kan worden opgemaakt dat eigenschappen (deels) genetisch bepaald zijn. Wetenschappers kunnen de precieze genetische locatie van eigenschappen steeds beter bepalen. Deze bevindingen zorgen ervoor dat in de toekomst gezondheidsproblemen gerichter behandeld of mogelijk zelfs voorkomen kunnen worden.

Het artikel uit Nature Genetics is te vinden op deze site onder Verslaggeving > Epub artikelen (Freathy).


Geluk zit in de genen: Meike Bartels in Labyrint

In de uitzending van 24 maart over geluk komt onder andere Meike Bartels (onderzoeker bij Biologische Psychologie en het NTR) aan het woord. Zij geeft haar visie op het thema "Met geluk geboren" en beantwoordt de vraag in hoeverre ons geluk te beïnvloeden is. Meike concludeert uit tweelingonderzoek dat geluk in de genen zit: eeneiige tweelingen blijken in hun geluksbeleving meer overeen te komen dan twee-eiige tweelingen. Om de uitzending te bekijken op Uitzending Gemist, klik hier. Om naar de website van Labyrint te gaan, klik hier.


Marijn Distel in De Wereld Draait Door

In de uitzending van dinsdag 19 januari introduceerde Robbert Dijkgraaf (KNAW) enkele jonge wetenschappers, waaronder Marijn Distel, onderzoeker bij Biologische Psychologie en het NTR. Om de uitzending te bekijken op Uitzending Gemist, klik hier. Verderop op deze pagina vindt u meer informatie over Marijn en haar onderzoek.


Nieuwe DNA varianten voor risico op diabetes type 2 gevonden met medewerking van Nederlandse tweelingenfamilies

Onderzoek door partners van het Centre for Medical Systems Biology (CMSB) uit Amsterdam, Leiden en Rotterdam draagt bij aan de vondst van nieuwe genetische varianten, die het risico op type 2 diabetes beïnvloeden.

Meer dan 220 miljoen mensen wereldwijd hebben diabetes, waarvan 90% lijdt aan type 2 diabetes, de zogenaamde ouderdomsdiabetes. Bij diabetes type 2 kan de door het lichaam geproduceerde insuline de bloedsuikerspiegel niet meer goed in balans houden. Dit wordt meestal bepaald door de waarde van glucose (=bloedsuiker) in het bloed te meten van deelnemers die een aantal uren niet hebben gegeten. Bij type 2 diabetes reageren de cellen niet meer voldoende op de eigen insuline (zogenaamde insulineresistentie) en/of wordt er niet voldoende insuline geproduceerd.

De MAGIC-onderzoekers hebben een meta-analyse uitgevoerd op de nuchtere plasma glucoseniveaus van ongeveer 50.000 personen en deze analyse herhaald op data van nog eens 76.000 extra personen. Deze uitvoerige analyses hebben negen nieuwe genetische varianten opgeleverd, die de nuchtere plasma glucoseniveaus beïnvloeden. Een aantal van deze genetische varianten blijkt daarnaast ook betrokken te zijn bij een verhoogde kans op het ontwikkelen van diabetes type 2.

Diabetes type 2 is sterk geassocieerd met overgewicht. Overgewicht treedt steeds vaker en steeds jonger op, en  diabetes type 2 zal naar verwachting ook vaker en jonger optreden. De waarde van het vinden van de genetische riscofactoren voor diabetes type 2 is dat het uiteindelijk leidt tot betere, persoonsgebonden risicoschatting en tot nieuwe manieren om dit risico te beïnvloeden.

Het CMSB (Centre for Medical Systems Biology) is een van de centra van het Nederlands Genomics Initiatief (NGI) en richt zich op het verbeteren van diagnose, behandeling en preventie van complexe ziekten zoals Alzheimer, diabetes, migraine, depressie en reuma.  Deelnemers aan het CMSB zijn Leids Universitair Medisch Centrum, Erasmus medisch centrum, VU medisch centrum, VU Tweelingenregister,  Universiteit Leiden en TNO. 

Onderzoekers van het internationale consortium MAGIC (Meta-Analyses of. Glucose and Insulin-related traits Consortium), waar de CMSB-partners deel van uitmaken, publiceren deze resultaten vandaag, 18 januari, in de advanced online editie van Nature Genetics. (zie ook: http://www.wellcome.ac.uk/News/2010/News/WTX058233.htm). De publicatie is te vinden op de NTR website onder Verslaggeving - Epub artikelen.


Project Genomics & Transcriptomics in Depression op 8 januari van start

Op 8 januari organiseerde het Nederlands Tweelingen Register (VU, afdeling Biologische Psychologie) in samenwerking met NESDA (GGZ inGeest) een kick-off meeting voor een Grand Opportunity (GO) project naar Genomics & Transcriptomics in Depression.

Het betreft een door het Amerikaanse NIMH gefinancierd project (6 miljoen dollar), waarbij op grote schaal genexpressie en DNA gegevens worden gegenereerd voor onze NESDA (Netherlands Study of Depression and Anxiety) en Nederlands Tweelingen Register-studies. De kick-off meeting op 8 januari werd gefinancierd door en vond plaats bij de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). De dag werd geopend door Prof. Dr. Robbert Dijkgraaf, president van de KNAW.

 

Het programma van de dag vindt u hier.

 


'Tweeling niet in zelfde klas? Onzin!'

Nu.nl en Trouw besteedden aandacht aan het onderzoek van Tinca Polderman naar de schoolresultaten van meerlingen. U vindt de artikelen hier: nu.nl en trouw.nl.


'Alleen in de groepen vijf en zeven zitten geen tweelingen'

De IJmuider Courant besteedde op 1 december aandacht aan Basisschool de Beekvliet te Velserbroek. Journalist Fokke Zaagsma interviewde Tinca Polderman:

 


'Blijven roken of stoppen: genetisch bepaald'

Naar aanleiding van de Spinoza te paard-avond op 17 november jl. is er een verslag van de lezing van Dorret Boomsma te vinden op de website van het Rathenau-instituut. Er zijn ook video-opnames te bekijken van professor Boomsma en van professor De Geus.


 

NTR-onderzoeker Marijn Distel in Ad Valvas

 

Naar aanleiding van haar onderzoek, haar promotie op 16 september en de prijs die ze onlangs won is borderline-onderzoeker Marijn Distel geinterviewd door het VU-weekblad Ad Valvas. Klik hier om het interview te lezen. Ook nu.nl besteed aandacht aan de uitkomsten van haar onderzoek.

 


 

Nieuw boek 'GEESTDRIFT - Wat cognitiewetenschappers bezielt'

 

Tijdens de NWO Cognitie Publieksdag ILLUSIO op zaterdag 12 september werd het boek ‘GEESTDRIFT – Wat cognitiewetenschappers bezielt’ van wetenschapsjournalist en publicist Bennie Mols (http://benniemols.blogspot.com/) gepresenteerd. Meer info is te vinden op: www.nwo.nl.

In het boek is ook een stuk opgenomen over het werk van Dorret Boomsma (alvast in te zien op deze site onder Verslaggeving > Nederlandse artikelen).

 


Young Researchers Award voor Marijn Distel
 

De International Society for the Study of Personality Disorders (ISSPD) kende Marijn Distel voor haar werk de Young Researchers ‘runner-up’ Award toe, die 22 augustus werd uitgereikt in New York. De ISSPD stimuleert wereldwijde samenwerking op het gebied van persoonlijkheidsstoornissen in onderzoek en onderwijs, en de uitwisseling van klinische ervaringen door middel van een vaktijdschrift en congressen.

 

Marijn promoveerde op 16 september 2009 aan de Vrije Universiteit op het onderwerp De invloed van erfelijke factoren op individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken. Borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) wordt gekenmerkt door sterke wisselingen in emoties, gedachten en gedrag. Mensen met BPS zijn impulsief, reageren extreem en hebben moeite met het onderhouden van relaties. Deze kenmerken kunnen variëren op een continuüm, van laag naar hoog. Wanneer er sprake is van een stabiel patroon van deze kenmerken die het functioneren van een persoon in ernstige mate beperken kan de diagnose BPS gesteld worden. In haar proefschrift zocht Marijn Distel een verklaring voor verschillen op een continuüm van borderline persoonlijkheidskenmerken in de algemene populatie. De centrale vraag was of verschillen tussen mensen in borderline persoonlijkheidskenmerken verklaard kunnen worden door verschillen in erfelijke aanleg.

Om deze vraag te beantwoorden deed Marijn Distel een groot vragenlijstonderzoek onder tweelingfamilies uit Nederland, België en Australië. Meer dan 15.000 tweelingen en hun familieleden vulden een vragenlijst in over borderline persoonlijkheidskenmerken. De scores op deze vragenlijst lieten inderdaad een grote variatie van laag naar hoog zien. Genetische aanleg bleek een belangrijke rol te spelen in het verklaren van deze variatie. Dit geldt zowel voor mannen als vrouwen. Genen in een regio op chromosoom 9 zijn mogelijk verantwoordelijk deze genetische variatie. Verder onderzoek moet uitwijzen welke genen dit precies zijn. Naast genen spelen bij sommige mensen ook omgevingsinvloeden een rol. Marijn Distel heeft onderzoek gedaan naar de rol van ernstige, stressvolle gebeurtenissen, zoals een, geweldsmisdrijf, een scheiding of het verbreken van een relatie. Mensen met veel borderline persoonlijkheidskenmerken hadden vaker stressvolle gebeurtenissen meegemaakt. Mensen die het slachtoffer zijn van een seksueel misdrijf lopen een bijzonder groot risico op BPS, bij hen spelen genetische factoren zelfs in mindere mate een rol dan bij mensen die deze traumatische gebeurtenis niet hebben meegemaakt.

Het onderzoek van Marijn Distel werd uitgevoerd aan de afdeling Biologische Psychologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam, waar het Nederlands Tweelingen Register is gevestigd. Zij werkte samen met prof. Derom (Oost-Vlaams Meerlingen Register), prof. Martin (Australisch Tweelingen Register) en prof. Trull (universiteit van Missouri).
 


'Geen verband tussen narcose en leerproblemen'

Op nu.nl werd onlangs aandacht besteed aan het onderzoek van Meike Bartels. Hier kunt u het persbericht lezen uit de VS over hetzelfde onderzoek. Via onderstaande links kunt u nog meer lezen over het onderzoek:

ScienceDaily

Medical News Today

Medilexicon
 


Jaarverslag Vrije Universiteit 2008

Hier kunt u het jaarverslag van de VU inzien.


Grote vragen, kleine antwoorden

Naar aanleiding van de publicatie in Science (zie het derde bericht hieronder) verscheen er een artikel op www.kennislink.nl met bovenstaande titel. Het artikel kunt u hier lezen.


 

Dorret Boomsma bij De Praktijk (Avro Radio)

 

Naar aanleiding van de Dr. Hendrik Muller Prijs werd Dorret Boomsma geinterviewd voor het programma De Praktijk. U kunt het programma hier beluisteren.

 


 

 

Dr. Hendrik Muller Prijs voor tweelingonderzoeker Dorret Boomsma
 

Dorret Boomsma, hoogleraar biologische psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, ontvangt 1 juli 2009 de Dr. Hendrik Muller Prijs voor de Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Met de prijs is een bedrag van 25.000 euro gemoeid. Volgens de Akademie heeft Dorret Boomsma Nederland op de kaart gezet van het onderzoek naar gedragsgenetica en tweelingenstudies. Ze heeft een sleutelpositie op het snijvlak van gedragswetenschappen en genetica en doet in meerdere vakgebieden op het hoogste niveau mee.

Dorret Boomsma staat aan de wieg van het Nederlands Tweelingen Register waarin de gegevens van bijna 40.000 twee- en meerlingen zijn opgenomen. Met die gegevens doet ze onderzoek naar waar wij aanleg voor hebben, en wat door de omgeving bepaald wordt: verslaving, risico op hart- en vaatziekte of depressie bijvoorbeeld. Depressies van jonge kinderen blijken een kwestie van aanleg. Ook het IQ is voor een groot deel erfelijk bepaald, en die invloed wordt sterker naarmate je ouder wordt, toonde Boomsma aan.

Prof.dr. D.I. Boomsma (1957) is sinds 1998 hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze is gespecialiseerd in genetisch onderzoek bij tweelingen, gedragsgenetica en genetische epidemiologie. In 2001 ontving ze de prestigieuze Spinozapremie van NWO, en vorig jaar kreeg ze een Advanced Grant van de European Research Commission, de grootste Europese subsidie. Boomsma is lid van de KNAW. Ze begeleidde al meer dan veertig promovendi, en is bovendien voortdurend bezig om een algemeen publiek bij de resultaten van haar onderzoek te betrekken. Begin 2008 verscheen haar boek Tweelingenonderzoek. Wat meerlingen vertellen over de mens wat is bedoeld voor geïnteresseerde buitenstaanders.

De prijsuitreiking vond plaats op 1 juli 2009 in het Trippenhuis, het gebouw van de KNAW, in Amsterdam. Jurylid prof.dr. Brenda Penninx sprak de laudatio uit en Dorret Boomsma hield een lezing over “Tweelingen, genen en gedrag”.

De KNAW reikt sinds 1991 om de twee jaar de Dr. Hendrik Muller Prijs voor de Gedrags- en Maatschappijwetenschappen uit. De prijs wordt gefinancierd door de Stichting Dr. Hendrik Muller's Vaderlandsch Fonds.
 


 

Patronen van hersenactiviteit zijn in hoge mate individueel bepaald
Onderzoek tweelingen toont genetische verschillen geheugenfuncties
 

Uit internationaal onderzoek bij Nederlandse tweelingen blijkt dat patronen van hersenactiviteit in hoge mate individueel bepaald zijn. Meer in het bijzonder is gebleken dat welk netwerk van hersengebieden iemand gebruikt voor geheugenfuncties mede bepaald wordt door genotype. De resultaten van het onderzoek verschijnen 27 maart in Science. Prof.dr. Dorret Boomsma werkte mee aan het onderzoek.

Klik hier om het gehele persbericht te lezen en hier om een korte film over het onderzoek te bekijken. Het artikel en het commentaar van Science is hier te vinden (Koten 2009). Hier kunt u een artikel over het onderzoek lezen uit de Volkskrant van 28 maart.
 


 

Onderzoek bij twee-eiige tweelingen laat zien:

Met een tweelingbroertje grotere hersenen

 

Tweeling kinderen die de baarmoeder hebben gedeeld met een broertje blijken op negenjarige leeftijd een groter hersenvolume te hebben dan kinderen die de baarmoeder deelden met een zusje. Dat blijkt uit het onderzoek dat dr. Jiska Peper (UMC Utrecht) deed in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam. Het onderzoek staat gepubliceerd in in het tijdschrift “European Journal of Endocrinology” van 18 februari, 2009.

 

In haar onderzoek bestudeerde Peper met MRI de hersenvolumes van 119 kinderen van ongeveer 9 jaar oud. De kinderen waren allemaal twee-eiige tweelingen, die na hun geboorte zijn aangemeld bij het Nederlands Tweelingen Register (NTR). De kinderen waren onder te verdelen in vier groepen: jongens met een broertje, jongens met een zusje, meisjes met een broertje en meisjes met een zusje.

 

Jongens met een broertje blijken het grootste hersenvolume te hebben. Het is 2,5 procent groter dan bij jongens met een zusje. Na jongens met een broertje volgen in aflopende volgorde jongens met een zusje, meisjes met een broertje en meisjes met een zusje.

 

Eerder is al aangetoond dat mannen gemiddeld zo’n tien procent groter hersenvolume hebben dan vrouwen. Bovenop dit geslachtsverschil vinden de NTR onderzoekers nu dat het delen van de baarmoeder met een broertje hersenvolumes ‘vermannelijkt’ ten opzichte van het delen van een baarmoeder met een zusje tijdens de zwangerschap.

 

De onderzoekers opperen dat een verklaring voor hun resultaat de hogere blootstelling aan het mannelijk hormoon testosteron voor de geboorte zou kunnen zijn. Jongens met een broertje worden blootgesteld aan de hoogste testosteronspiegels in de baarmoeder. Zij hebben ook de meest ‘mannelijke’ (grootste) hersenvolumes, gevolgd door jongens met een zusje. Daarna komen meisjes met een broertje en uiteindelijk meisjes met een zusje die de kleinste hersenvolumes hadden.

 

De grotere hersenen in kinderen met een broertje zijn niet te verklaren door verschillen in intelligentie, lichaamslengte en hormoonspiegels op 9 jaar: deze factoren waren in alle kinderen vergelijkbaar.

 

Overigens is het verschil in hersenvolumes op volwassen leeftijd niet terug te vinden. Peper vond namelijk geen effect in de hersenen van een andere groep tweelingen van rond de dertig jaar. Waarschijnlijk zorgt blootstelling aan hormonen tijdens de puberteit ervoor dat het verschil verdwijnt.

Klik hier om het artikel te lezen.
 


Netwerken van genen verantwoordelijk voor rookgedrag

Hoewel het algemeen bekend is dat roken schadelijk is voor de gezondheid, rookt nog steeds bijna 30% van de Nederlandse bevolking. Eerdere studies hebben laten zien dat erfelijke factoren een rol spelen bij dit gedrag. In een grote studie, die wordt gepubliceerd in het toonaangevende “American Journal of Human Genetics”, zijn een aantal interessante groepen genen geïdentificeerd die een rol spelen bij rookgedrag. Het initiatief voor dit onderzoek lag bij Jacqueline Vink en Dorret Boomsma van de afdeling Biologische Psychologie van de Vrije Universiteit en is een samenwerking tussen verschillende nationale en internationale onderzoeksgroepen.

Klik hier om het volledige persbericht te lezen.
 


Mogelijke oorzaak borderline persoonlijkheidsstoornis vastgesteld

ScienceDaily (20 december 2008) - Volgens het National Institute of Mental Health komt borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) bij ongeveer 2% van de bevolking voor, dat is vaker dan schizofrenie of bipolaire stoornis. BPS is een stoornis die gekenmerkt wordt door wisselingen in stemmingen, persoonlijke relaties, zelfbeeld en gedrag en is geassocieerd met een verhoogd risico op suïcidaal gedrag, misbruik  van verdovende middelen en stuklopende relaties.

 

In een recente studie vonden onderzoekers van het Nederlands Tweelingen Register van de Vrije Universiteit, samen met collega’s uit de VS, dat genetisch materiaal op chromosoom 9 betrokken is bij BPS.

‘De resultaten van deze studie zullen hopelijk onderzoekers helpen bij het vaststellen van de genetische oorzaak van BPS en zouden in de toekomst belangrijke implicaties kunnen hebben voor behandelprogramma’s, ’ aldus Timothy Trull, professor in de psychologie aan de universiteit van Missouri. ‘Het lokaliseren en identificeren van genen die de ontwikkeling van BPS beïnvloeden is niet alleen belangrijk voor wetenschappelijke doeleinden maar zal ook klinische implicaties hebben.

 

In een lopend onderzoek naar gezondheid en leefgewoonten in Nederlandse families met tweelingen hebben Marijn Distel en haar collega’s 711 paren broers en zussen en 561 ouders onderzocht om de locatie van genen die BPS-kenmerken beïnvloeden vast te stellen. De onderzoekers hebben genetisch koppelingsonderzoek uitgevoerd met gegevens van deze families en vonden regio’s op chromosomen die genen zouden kunnen bevatten die de ontwikkeling van BPS beïnvloeden. De sterkste evidentie voor genetische invloed op BPS-kenmerken werd gevonden op chromosoom 9.

 

In een eerdere studie onderzochten Distel, Boomsma en Trull samen met collega’s uit Nederland en daarbuiten de gegevens van 5496 tweelingen uit Nederland, Belgie en Australie om vast te stellen in welke mate er een genetische invloed is op BPS- kenmerken. Het onderzoeksteam vond dat 42% van de variatie in BPS-kenmerken toe te schrijven was aan genetische invloeden en dat 58% toe te schrijven was aan omgeving. Deze bevinding was gelijk voor alle drie de landen. Verder vonden Distel en collega’s geen significant verschil in erfelijkheid tussen mannen en vrouwen en dat jongere volwassenen meer BPS-kenmerken vertoonden dan oudere volwassenen.

‘We hebben vast kunnen stellen hoe groot de invloed van genetische factoren op BPS- kenmerken is, we hebben verschillen tussen mannen en vrouwen getoetst en we hebben kunnen bepalen of genetische invloeden gelijk waren in drie landen,’ aldus Distel. ‘Onze resultaten suggereren dat genetische factoren een grote rol spelen in het ontstaan van individuele verschillen in BPS-kenmerken in de westerse samenleving.’
 


Genetisch onderzoek naar depressie

Achtergrond

Een ernstige depressie onderscheidt zich van “normale” somberheid door de duur (langer dan 2 weken), de aanwezigheid van bepaalde psychische en lichamelijke symptomen (zoals slecht slapen en eten, vermoeidheid, schuldgevoelens, slechte concentratie, gedachten aan de dood) en de ernstige gevolgen voor het dagelijks leven van de patiënt.

Het is een aandoening die veel voorkomt; ongeveer 15% van de mensen krijgt er gedurende zijn of haar leven mee te maken, twee keer zoveel vrouwen als mannen. De ziekte heeft ernstige gevolgen voor zowel de patiënten zelf (ziektelast, problemen op werk, relaties) als de maatschappij (ziekteverzuim, kosten medische behandeling).

 

Doel

Uit eerdere onderzoeken, bijvoorbeeld onder tweelingen, is gebleken dat de kans om een ernstige depressie te krijgen voor een groot deel genetisch bepaald is. Het is echter nog niet duidelijk welke genen hier precies verantwoordelijk voor zijn. Om een verband aan te kunnen tonen tussen specifieke genen en depressie is grootschalig onderzoek nodig. Voor dit onderzoek moet onder andere DNA (de drager van de erfelijke informatie) en uitgebreide informatie over de lichamelijke en geestelijke gezondheid van mensen verzameld worden.

In Nederland is deze informatie verzameld bij deelnemers aan het onderzoek van het Nederlands Tweelingen Register (NTR) en aan de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA). Daarmee hebben we de mogelijkheid om een goed verantwoord genetisch onderzoek onder mensen met ernstige depressies uit te voeren.

 

Methode

Het is sinds ongeveer 2 jaar mogelijk om te zoeken naar genen die verband houden met een ziekte met een zogeheten genoomwijde associatiestudie. Hiervoor wordt het DNA van gezonde mensen en mensen met de betreffende aandoening onderzocht op de verschillen in de frequentie van zogeheten DNA-markers. Dit zijn bekende, kleine varianten in het DNA, de zogeheten SNP’s. Loopt de overerving van een bepaalde marker in de onderzochte bevolking parallel aan de overerving van de ziekte, dan is dit een aanwijzing dat in de buurt van die marker een gen ligt dat betrokken is bij het ontstaan van de ziekte. De SNP hoeft nog geen causaal verband te houden met de ziekte, maar fungeert als “marker” voor een gen (of een andere genetische variant) die erbij in de buurt ligt. Van deelnemers aan het NTR en NESDA onderzoek is een selectie gemaakt. In totaal doen 1862 mensen mee met de diagnose “ernstige depressie” en 1857 controlepersonen die juist heel erg weinig of geen depressieve klachten hebben.

 

Dankzij een grote subsidie uit de Verenigde Staten (vanuit het National Institute of  Mental Health) kon in het DNA van deze deelnemers een set van 600.000 SNPs (in en rondom de genen) worden geanalyseerd, via een genoomwijde scan.

Onderzoekers van NESDA en het NTR hebben inmiddels de eerste analyses op basis van deze gegevens afgerond. De resultaten zijn gepubliceerd in een tweetal artikelen die zijn in te zien op deze website:

 

Genome-wide association of major depression: description of samples for the GAIN Major Depressive Disorder Study: NTR and NESDA biobank projects.

 

Genome-wide association for major depressive disorder: a possible role for the presynaptic protein piccolo.

 


 

Weer een onderzoeker Biologische Psychologie / Nederlands Tweelingen Register op TV

 

Op 9 maart 2009 was onderzoeker Tinca Polderman te zien in het Teleac-programma Helder in een aflevering over meerlingen.
Klik op de onderstaande link om meer informatie over het programma te lezen, en om de uitzending terug te zien:

Meer over Helder
 


Foto-oproep

Het Nederlands Tweelingen Register is altijd op zoek naar leuke foto’s van meerlingen van alle leeftijden om te gebruiken voor wetenschappelijke publicaties en voorlichtingsmateriaal. U kunt de foto’s sturen aan:

Vrije Universiteit
Nederlands Tweelingen Register
Van der Boechorststraat 1
1081 BT  Amsterdam

Wilt u op de achterkant van de foto of in een bijgevoegd briefje uw registratienummer, naam en adres schrijven en tevens vermelden dat u toestemming geeft voor gebruik van de foto?
U kunt foto('s) ook mailen naar ntr@psy.vu.nl. Wilt u in de e-mail dan uw naam en adres vermelden en uw toestemming geven voor gebruik van de foto?

 


Gezocht: tweelingen geboren voor 1970!

Wij doen een beroep op u om ons te helpen bij het vinden van volwassen en oudere tweelingen die mee willen doen aan onderzoek.

 

Het Nederlands Tweelingen Register is op zoek naar tweelingen (en hun familieleden) die voor 1970 geboren zijn. Deze leeftijdsgroep is in het register ondervertegenwoordigd. Voor kennis over gezondheid, leefgewoonten en veroudering is deze groep van groot belang. Bent u een tweeling, of familie van een tweeling of kent u oudere tweelingen, wilt u zich dan inschrijven, of de tweelingen attenderen op het bestaan van het register?

 

Mensen die zich inschrijven ontvangen om de twee jaar een vragenlijst. Aan iedereen die zich aanmeldt, sturen wij eens per jaar ons informatieblad, de Twinfo. Aanmeldingen kunnen via deze website (via de knop ‘aanmelden’), door een emailtje te sturen naar Jacqueline Vink of door schriftelijk of telefonisch (020-5988792) contact op te nemen met het NTR. U ontvangt dan een informatiepakket met een inschrijfkaart.
 


 

Aangeleerd of aangeboren? Science Café Deventer over erfelijkheidsonderzoek bij tweelingen.

 

Op 11 februari 2009 gaf NTR-onderzoeker Gonneke Willemsen een lezing in het Science Café Deventer over erfelijkheidsonderzoek. Meer informatie vindt u op de site van het Science Café Deventer.
 


 

Genen voor depressie, glucose en cholesterol: samenwerken en nog meer samenwerken

 

Door onderzoek bij tweelingfamilies is komen vast te staan dat erfelijke aanleg een belangrijke rol speelt bij de lichamelijke en geestelijke aandoeningen. Een aantal voorbeelden daarvan zijn type 2 diabetes, hart- en vaatziekten en depressie. De oorzaak van deze ziekten worden nog maar gedeeltelijk begrepen. Wel staat vast dat er steeds meer mensen zijn die deze ziekten krijgen. Veel hoop is nu gericht op het erfelijkheidsonderzoek om deze trend te keren. Het idee daarbij is simpel. Als we het ontstaan van bijv. depressie zien als een puzzel met heel veel stukjes, dan kunnen we de genen beschouwen als de randstukken. Als je eenmaal de rand van de puzzel weet te leggen is het vaak eenvoudiger ook de rest in te vullen, zowel naar de kant van de genetica als naar de kant van de omgevingsrisicofactoren. Daarom is het vinden van genen zo belangrijk. Twee groepen van de Vrije Universiteit/VUmc, de afdeling Biologische Psychologie en afdeling Psychiatrie, speelden een belangrijke rol in een aantal internationale consortia die hebben geleid tot de publicatie van een drietal studies, die deze week online zijn gepubliceerd in “Molecular Psychiatry” en in “Nature Genetics” (zie de artikelen over glucose, lipide en "piccolo")

Voor depressie is een nieuw gen gevonden dankzij een combinatie van gegevens van twee grote, langlopende onderzoeken, het Nederlands Tweelingregister (NTR van de afdeling Biologische Psychologie) en de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA, een samenwerking tussen de vakgroepen psychiatrie, huisartsgeneeskunde en klinische psychologie van het VUmc/ VU, RUG, UMCG en LUMC en een aantal buitenuniversitaire onderzoeksgroepen.). Het gen is gelokaliseerd op chromosoom 7 en heet “piccolo”. Het is nog niet eerder gesuggereerd als een risico gen voor depressie. Nationaal (bijv binnen het VU-CNCR (Center for Neurogenomics and Cognitive Research) en internationaal wordt op dit moment gewerkt aan de verdere karakterisering van het gen en aan verdere replicatie studies.

Bij de deelnemers aan de NTR en NESDA studies werden niveaus van lipides (HDL en LDL cholesterol) en glucose gemeten in bloed. In een verdere samenwerking met meer dan 30 andere onderzoeksgroepen (oa uit Rotterdam) wereldwijd werden genen gevonden die het bloedsuikergehalte en het cholesterolniveau beïnvloeden.

De algemene overtuiging is dat alleen door grootschalige internationale samenwerking de genen voor ziekten boven tafel komen, en deze nieuwe publicaties lijken het succes van deze strategie te onderstrepen. Het korte termijn doel van deze internationale inspanningen is een beter begrip van het ontstaan van diabetes, hartziekte en depressie; op langere termijn geeft dit kansen op nieuwe, op maat gesneden remedies voor de vele mensen die door deze ziektes worden getroffen.


 

Onderzoeker Biologische Psychologie / Nederlands Tweelingen Register op TV

 

Op 14 september 2008 was onderzoeker Meike Bartels te zien bij het programma Hart en Ziel, het psychologische magazine op Nederland 2.
Klik op de onderstaande link om de uitzending te bekijken:

De psychologie van het geluk
 


Promotie-onderzoek Daniël van Grootheest in Volkskrant  

Daniël van Grootheest promoveerde op 18 september 2008 op een onderzoek verricht met data van het Nederlands Tweelingen Register (zie ook verslaggeving/proefschriften). Het artikel uit de Volkskrant is te lezen via deze link.

 


Dorret Boomsma ontvangt toonaangevende beurs

Hoogleraar biologische psychologie Dorret Boomsma van de Vrije Universiteit Amsterdam krijgt een ERC Advanced Grant van 2,5 miljoen euro. Dat maakte de European Research Council gisteren bekend. De Grant voor uitzonderlijke en richtingbepalende onderzoekers geeft Boomsma de mogelijkheid om verder onderzoek te doen naar genetische aspecten van psychische stoornissen. Boomsma ontving in 2001 de Spinoza-premie, ook wel bekend als de Nederlandse Nobelprijs.

 

Naast Boomsma ontvingen drie andere Nederlandse onderzoekers een Advanced Grant op het gebied van ‘Social Sciences and Humanities’. De VU scoort uitzonderlijk goed bij de ERC Advanced Grants: een aantal weken geleden ontving VU-informaticus Andy Tanenbaum een Grant ‘Physical Sciences and Engineering’. In de derde categorie van de Advanced Grant, ‘Life Sciences’, zijn ook diverse VU-onderzoekers genomineerd. De winnaars worden begin oktober bekend gemaakt.

 

Tweelingenonderzoek naar oorzaken van depressie

In Westerse landen is depressie onder volwassenen de grootste oorzaak van niet-dodelijke ziekte en het aantal mensen met klachten stijgt ook in andere werelddelen. Depressie gaat vaak gepaard met angststoornissen, migraine, het gebruik van verslavende middelen, overgewicht en hart- en vaatziekten.

 

Het onderzoek van Boomsma richt zich op het achterhalen van de oorzaken van individuele verschillen in gezondheid en in normaal en afwijkend gedrag, waaronder depressie. Dit doet zij via onderzoek naar eeneiige en twee-eiige tweelingen. Daarmee analyseert ze in hoeverre genetische kenmerken en omgevingskenmerken individuele verschillen in bijvoorbeeld depressiviteit veroorzaken. Bij het onderzoek zijn enkele aspecten aan te wijzen die nauw met elkaar samenhangen: ADHD, angst en depressie, het gebruik van verslavende middelen, misbruik en afhankelijkheid, migraine, overgewicht en hart- en vaatziekten.

 

De gegevens van het Nederlandse Tweelingen Register vormen een belangrijke basis voor het onderzoek van Boomsma, dat een belangrijke stap voorwaarts kan betekenen in het leren begrijpen van psychische stoornissen.

 

Meer informatie is te vinden via deze link.

 


Angst en depressie niet minder door sport in de vrije tijd

Internationaal onderzoek relatie sport en depressiviteit 

Sporten lijkt angstige en depressieve klachten niet te verminderen. Een derde, onderliggende factor, beïnvloedt zowel het sportgedrag in de vrije tijd als de angstige en depressieve klachten. Dit rapporteert promovendus Marleen de Moor in het augustusnummer van het toonaangevende internationaal wetenschappelijk tijdschrift Archives of General Psychiatry.

Marleen de Moor, als aio verbonden aan de afdeling Biologische Psychologie van de Vrije Universiteit in Amsterdam, heeft samen met haar collega’s gegevens van 5.952 tweelingen, 1.357 broers en zussen en 1.249 ouders van tweelingen bestudeerd. De deelnemers, allen tussen de 18 en 50 jaar oud, staan ingeschreven bij het Nederlands Tweelingen Register en ontvangen sinds 1991 iedere twee jaar een vragenlijst. Zij beantwoordden vragen over hun sportgedrag en ook over eventuele angstige en depressieve klachten. Regelmatige sporters bleken gemiddeld minder angstig en depressief dan niet-sporters. Dit verband kon echter vooral worden verklaard door erfelijke factoren die een tegenovergesteld effect hadden op sportgedrag en symptomen van angst en depressie.

Als toelichting vermelden de auteurs dat “Binnen genetisch identieke tweelingparen degene die meer aan sport doet niet minder angstige en depressieve symptomen heeft dan de tweeling broer of zus”. Met andere woorden, zelfs als één van de twee veel aan sport doet en de ander weinig, verschillen ze toch niet wat betreft angstige en depressieve symptomen. Dit was echter niet het geval bij niet-identieke (twee-eiige) tweelingen of andere broers en zussen, die slechts een deel van hun erfelijk materiaal delen. Verder bleek dat de personen die met de jaren meer aan sport gingen doen niet minder angstig en depressief werden. Al deze bevindingen vallen niet te rijmen met een oorzakelijk effect van sportgedrag op angstige en depressieve symptomen.

Het is onbekend welke genen een rol spelen bij zowel sportgedrag als het risico op angst en depressie, maar genen die betrokken zijn bij hersenenprocessen die dopamine, norepinefrine, opioïden of serotonine gebruiken zijn voor de hand liggende kandidaten.

De resultaten betekenen niet dat personen met angst of een depressie geen baat kunnen hebben bij sporten. De antidepressieve effecten van sporten treden mogelijk alleen op bij begeleid sporten en als onderdeel van een therapeutisch programma. Vervolgonderzoek is dus nodig om meer inzicht te krijgen in wanneer en voor welke mensen sporten helpt om angstige en depressieve klachten te verminderen.

De Moor, M.H.M., Boomsma, D.I., Stubbe, J.H., Willemsen, G., & De Geus, E.J.C. (2008). Testing causality in the association between regular exercise and anxious depressive symptoms. Archives of General Psychiatry, 65 (8): 897-905.  Een pdf van het artikel is vanaf 5 augustus op te vragen bij Marleen de Moor (MHM.de.Moor@psy.vu.nl) en verschijnt ook op http://archpsyc.ama-assn.org/  en www.tweelingenregister.org. Het onderzoek is gesubsidieerd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.

Het artikel wordt ook besproken op de volgende websites:

http://www.medicalnewstoday.com

http://www.medilexicon.com
 


Mogelijke plaats gen neuroticisme gevonden

Een genome-wide linkage (koppelings) analyse voor neuroticisme in gecombineerde data van het Nederlandse en Australische tweelingregister laat zien dat genen voor deze eigenschap mogelijk te vinden zijn op chromosoom 10p, 14p of 18q. Neuroticisme is een complexe persoonlijkheidseigenschap die samenhangt met emotionele stabiliteit c.q. instabiliteit. Een hoge neuroticisme score is een risicofactor voor het ontsraan van depressie en angststoornissen.

Het resultaat dat werd gepubliceerd in “Archives of general psychiatry” is gebaseerd op data die verzameld zijn op meerdere tijdstippen over een lange periode in Nederlandse en Australische tweelingfamilies. Genotyperingen voor beide cohorten warden uitgevoerd in Marshfield (USA).

Het gebied op chromosoom 14 had eerder een significant resultaat laten zien in een linkage analyse van angstsymptomen in de Nederlandse families (gepubliceerd in Molecular Psychiatry). Voor dit gebied is in muizen eveneens significante linkage gevonden met emotionaliteit in het homologe gebied (op muischromosoom 12). Ook de regio op chromosoom 18 kwam overeen met de resultaten die eerder door Jonathan Flint warden gevonden in muizen.

Een volgend artikel over een linkage analyse van de diagnose depressie, ook een resultaat van de Nederlands/Australische samenwerking, wordt binnenkort gepubliceerd in American Journal of Medical Genetics part B. Hierin werd linkage gevonden voor chromosoom 2, 8 en 17. In dit laatste gebied ligt ook het serotonine transporter gen. Er waren echter geen aanwijzingen voor een associatie van het bekende lengte polymorfisme met depressie of daaraan gerelateerde maten.

Deze bevindingen laten zien dat het mogelijk is om voor persoonlijkheidstrekken zoals neuroticisme te onderzoeken waar genen liggen die hierop van invloed kunnen zijn.


Onderzoekers Biologische Psychologie in de prijzen op congres

Op het elfde congres van de Behavior Genetics Association in Louisville, Kentucky hebben Meike Bartels en Marleen de Moor respectievelijk de Fuller/Scott Early Career Award en de Thompson Award gekregen.


Artikel Tweelingonderzoek besproken in Times

In de Engelse krant The Times werd een recent verschenen artikel van Dorret Boomsma over geboortevolgorde en IQ besproken. De bespreking is hier te vinden, het besproken artikel staat hier.
 


 

Ook het DNA van eeneiige tweelingen vertoont verschillen - gevolgen voor gendiagnostiek

 

Een internationale onderzoeksgroep uit Amerika, Nederland, en Zweden publiceerde op 14 februari 2008 in de online versie van het toonaangevende tijdschrift "American Journal of Human Genetics" dat (zelfs) eeneiige tweelingen vaak niet 100% genetisch identiek zijn (Bruder et al). Eeneiige tweelingen ontstaan als kort na de bevruchting (meestal na een aantal dagen) een bevruchte eicel zich in tweeën deelt (heel soms zelfs in drieën, vieren of vijven). Na dit 'twinning event', en voordat de kinderen geboren worden, vinden nog heel veel celdelingen plaats. Tijdens die delingen blijken stukjes DNA (met daarop genen) verdubbeld te worden of verloren te raken. De onderzoekers zijn dit verschijnsel, Copy Number Variation (CNV), bij eeneiige tweelingen op het spoor gekomen door het DNA van de twee leden een tweelingpaar met elkaar te vergelijken. In het onderzoek zijn 10 gezonde tweelingparen uit het Nederlands tweelingen Register (NTR) onderzocht, en 9 tweelingparen uit Zweden die verschilden voor de ziekte van Parkinson (dwz een had de aandoening en de ander niet). De vergelijking voor CNV binnen tweelingparen laat zien dat zowel bij gezonde als aangedane tweeling paren subtiele CNV verschillen aanwezig zijn. De onderzoekers denken dat dit een extra bron is voor verschillen tussen eeneiige tweelingen, niet alleen in ziektestatus, maar ook voor overigens gezonde aspecten zoals aanleg, bouw en uiterlijk. Deze vondst zal naar verwachting mede de identificatie vereenvoudigen van genen betrokken bij aandoeningen als Alzheimer, Parkinson, depressie, diabetes en hart- en vaatziekten, met behulp van tweelingonderzoek.

Het CNV verschijnsel treedt niet alleen bij tweelingen op, maar kan aanwezig zijn bij elke geboorte. Dit is van belang voor de diagnostiek van nieuw ontstane ziekten en aandoeningen (nieuwe mutaties). Men gaat er tot nu toe van uit dat als een baby een aandoening heeft die niet bij de ouders voorkomt, en er wordt in het DNA ook een verandering gevonden, dat oorzakelijk met elkaar te maken heeft. Met de vondst van deze natuurlijke variatie hoeft dat niet altijd het geval te zijn, en kunnen gevonden veranderingen ook onschuldige gebeurtenissen zijn, stellen de onderzoekers.

 

Het Nederlandse deel van deze ontdekking werd gedaan in het Center for Medical Systems Biology (CMSB), een van de centa van het Nederlands Genoom Initiatief (NGI), door een groep Nederlandse onderzoekers uit het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en de Vrije Universiteit (VU).

 

Over het CMSB

Het Center for Medical Systems Biology (CMSB) is een samenwerkingsverband van het Leids Universitair Medisch Centrum, de Universiteit Leiden, het Vrije Universiteit medisch centrum, de Vrije Universiteit, het Erasmus Medisch Centrum en TNO, gericht op de toepassing van innovatieve multidischiplinaire genomics en bioinformatica benaderingen ter verbetering van inzicht, diagnostiek, therapie en preventie van complexe en zeldzame ziekten.


Boek Tweelingonderzoek gepresenteerd

Een groot aantal van onze medewerkers heeft een bijdrage geleverd aan het boek 'Tweelingonderzoek', onder redactie van prof.dr. Dorret Boomsma. Hieronder staan een paar
sfeerimpressies van de presentatie op woensdag 13 februari 2008 waarbij vele tweelingen aanwezig waren. Hier vindt u een bespreking van de middag uit het NRC van 14 februari 2008, en hier een artikel op de website van de wereldomroep. Op deze websites vindt u besprekingen van het boek:

http://www.zorgmediatheek.nl/nm/sjablonen/boekbesprekingen.asp?articleid=885&zoneid=12

http://www.boekenwurm-en-pleeg.nl/pivot/entry.php?id=685#body

http://www.leefwijzer.nl/boekenhoek/detail.asp?BoekId=527

Op de flyer onder de foto's vindt u meer informatie over het boek.

Het eerste exemplaar van het boek werd door Dorret Boomsma overhandigd aan de tweeling Peter en Robert Vergeer, de trouwste deelnemers aan de NTR-onderzoeken.


Zit het krijgen van een tweeling in je genen?

Zit het krijgen van een tweeling, een identieke of niet-identieke, in iemands genen? Is er een manier om de kans op een tweeling te vergroten of is het krijgen van een tweeling een kwestie van geluk? Lees hier verder.

 


Verandert uw telefoonnummer?

Het secretariaat van het Nederlands Tweelingen Register hoort niet alleen graag van u als u verhuist, maar ook als bijvoorbeeld uw telefoonnummer verandert. U kunt wijzigingen doorgeven per email of telefonisch via 020-598 87 92.

 


Pubers moeten van cannabis afblijven

Ook als cannabis legaal is, gaan jonge gebruikers later vaker aan de harddrugs

Gebruik van cannabis op jonge leeftijd leidt tot een hoger risico op harddruggebruik op latere leeftijd, óók in Nederland, waar cannabis legaal is. Tweelingonderzoekers dr. Jacqueline Vink en prof. dr. Dorret Boomsma van de afdeling Biologische psychologie van de VU tonen dat aan in onderzoek dat onlangs in het wetenschappelijk tijdschrift Behavior Genetics verscheen. De onderzoekers benadrukken dat preventie van cannabisgebruik onder pubers een sleutel vormt tot effectieve preventie van harddruggebruik op latere leeftijd.

Het artikel uit Behavior Genetics is hier te vinden.

 


Eenzaamheid is erfelijk

In de pers werd aandacht besteed aan de onderzoeksresultaten betreffende de erfelijkheid van eenzaamheid. Hier kunt u erover lezen op de site van VPRO's Noorderlicht, en  hier op de nieuwssite van de BBC.

 


Groeidiagrammen voor tweelingen

De afgelopen 15 jaar hebben ouders van pasgeboren tweelingen de groeigegevens van de consultatiebureaus over hun kinderen opgestuurd aan het NTR. Met de groeigegevens over de eerste 2,5 jaar is de groei van Nederlandse tweelingparen in kaart gebracht (zie ook de Twinfo van 2004). Voor het eerst zijn nu groeidiagrammen voor lengte en gewicht voor tweelingen in de peutertijd gemaakt. Deze zijn gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde en voor tweelingouders nu ook op de website van het NTR geplaatst, zodat u ze kunt gebruiken om de groei van uw kinderen bij te houden. Hier kunt u de grafieken bekijken.

 

Australische Twinfo

Benieuwd waar de tweelingonderzoekers aan de andere kant van de aardbol zich mee bezighouden? Hier kunt u een nieuwsbrief van onze Australische collega's bekijken.

 


(Tweeling)jeugdboeken

 Klik hier voor de selectie (tweeling)jeugdboeken, waarin een tweeling de hoofdrol speelt.