Aanmelden
facebook twitter

Eerste genetische locaties voor zingeving ontdekt

02/10/2018

Voor het eerst zijn er plekken op het menselijke genoom (de totale erfelijke aanleg) gevonden die verschillen in zingeving tussen mensen kunnen verklaren.

Dit blijkt uit onderzoek van hoogleraar Meike Bartels en promovendus Bart Baselmans van de Vrije Universiteit Amsterdam onder 220.000 mensen. De onderzoekers vonden twee genetische varianten voor zingeving en zes genetische varianten voor geluk. De resultaten zijn deze week gepubliceerd in het tijdschrift Scientific Reports.

Het feit dat er genetische varianten voor zingeving zijn gevonden geeft aan dat iedereen anders is en dat verschillen tussen mensen in complexe processen als zingeving voor een deel komen door aangeboren verschillen. VU-hoogleraar Meike Bartels: “We leven in een maatschappij waar iedereen alles moet kunnen, hetzelfde moet kunnen bereiken, en mensen steeds meer nadenken over de zin van het leven. Als we een beter beeld hebben van de oorzaken van verschillen tussen mensen kunnen we die informatie gebruiken om mensen te helpen die zich minder gelukkig voelen of stoeien met de zin van het bestaan. Tevens vinden we dat er omgevingsfactoren zijn die wel belangrijk zijn voor geluksgevoel maar niet voor zingeving en vice versa. In de toekomst willen we graag uitzoeken welke omgevingsfactoren dit zijn.”

Individuele verschillen
Eerder onderzoek heeft aangetoond dat individuele verschillen in geluk en welbevinden gedeeltelijk kunnen worden toegeschreven aan genetische verschillen tussen mensen. Ook werden een aantal jaar geleden de eerste genetische varianten voor geluk gevonden. Baselmans: “Deze resultaten laten zien dat genetische verschillen tussen mensen niet alleen een rol spelen bij verschillen in geluksgevoel, maar ook wel degelijk bij verschillen in zingeving. Onder zingeving verstaan we dan het zoeken naar de zin, de bedoeling, of het doel van het leven.”

220.000 DNA-samples
Alle mensen die aan het onderzoek deelnamen zijn onderdeel van de UKBiobank en hebben een DNA-sample afgestaan en een vragenlijst ingevuld. Bartels: “Vervolgens hebben wij getest welke genetische varianten in het DNA leiden verschillen in zingeving.” De genetische varianten komen vooral tot uiting in het centrale zenuwstelsel waar voornamelijk het brein bij betrokken is.

'Honderd tweelingen bij elkaar voor bijzonder onderzoek in Alzheimer Centrum'

02/07/2018

Zaterdag 30 juni kwamen zo'n honderd tweelingen naar Amsterdam UMC, locatie VUmc, om zich te laten informeren over de Twin60++ studie, het Alzheimer-tweelingenonderzoek. Afgelopen jaar zijn de tweelingen (in totaal 204) uitgebreid onderzocht om meer inzicht te krijgen in het ontstaan van de ziekte van Alzheimer. Gekeken wordt welke erfelijke en omgevingsfactoren een rol spelen bij het ontstaan van de ziekte. Ook wordt het beloop van de ziekte van Alzheimer onderzocht.

De tweelingen werden deze zaterdag geïnformeerd over de eerste onderzoekresultaten. Dit tweelingenonderzoek is gerelateerd aan het Nederlands Tweelingen Register.

Dorret Boomsma gaf deze ochtend een inleiding over het ontstaan van het NTR en over verschillende onderzoeken op basis van het register.

TV-rubriek Een Vandaag besteedde op 3 juli uitgebreid aandacht aan de Twin60++ studie.

Een Vandaag Radio besteedde hier op 2 juli aandacht aan

Klik hier voor meer info over het onderzoek.

44 genoomvarianten bij depressie gevonden

30/04/2018

Een nieuw onderzoek met de gegevens van ruim 135.000 mensen met een ernstige depressie en meer dan 300.000 zonder depressie heeft 44 genoomvarianten gevonden die een significante samenhang laten zien met depressie. Van deze 44 varianten zijn er 30 nieuw ontdekt en 14 zijn al in eerdere studies gevonden.

Dit baanbrekende onderzoek is het resultaat van een jarenlange internationale samenwerking met 200 onderzoekers die mondiaal samenwerken binnen het Psychiatric Genomics Consortium. VUmc en VU zijn vanaf het begin nauw betrokken bij dit project, onder meer met NESDA (Nederlandse Studie naar Angst en Depressie) en NTR (Nederlands Tweelingen Register).

VUmc hoogleraar Brenda Penninx van de NESDA-studie: “Dit onderzoek bevestigt de waarde van grootschalige samenwerking in het identificeren van de genetische basis van een complex ziektebeeld zoals depressie waarbij zowel omgeving als genetische kwetsbaarheid een belangrijke rol spelen. Ook laat deze studie de genetische achtergrond van depressie zien en biedt het daarmee biologische aanknopingspunten die kunnen leiden tot nieuwe en betere preventie- of behandelstrategieën”.

Al jaren zoeken wetenschappers naar de genetische aanleg voor zware depressies. Dit onderzoek, de grootste genetische associatie studie van erfelijke risicofactoren voor depressie geeft een diepere blik en meer inzicht in deze ziekte waaraan veel mensen lijden. Mogelijk komt met verder onderzoek een behandeling en zelfs de preventie van ernstige depressies dichterbij. VU-hoogleraar biologische psychologie Dorret Boomsma van het NTR benadrukt ook het belangrijke resultaat van de studie. “Depressie zit vaak, maar niet altijd, in de familie. Genetica biedt hiervoor de beste verklaring. Deze onderzoeksresultaten onderbouwen de bevindingen uit familie- en tweelingonderzoek dat erfelijke aanleg een rol speelt bij het ontstaan van depressie. Dit is voor patiënten en hun gezinsleden belangrijke informatie. Ook als alles mee lijkt te zitten in iemands externe omstandigheden kan er toch een depressie optreden”.

De resultaten zijn gepubliceerd in Nature Genetics.

Verschillen in afstelling van DNA in bloedcellen tussen hoger en lager opgeleiden

03/04/2018

Er zijn verschillen in de afstelling van het DNA in bloedcellen tussen hoger en lager opgeleide Nederlanders. Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Tweelingen Register in samenwerking met het BBRMI-NL BIOS consortium. De verschillen zitten niet in de letters van de DNA-code, maar in informatie die rond het DNA zit - het zogenaamde epigenoom - dat regelt hoe de DNA-code wordt gebruikt.

Deze ontdekking is gedaan door gegevens over opleidingsniveau en epigenoom te combineren voor meer dan vierduizend Nederlanders.

Omdat er, zelfs in Nederland, grote gezondheidsverschillen zijn tussen hoger en lager opgeleiden (er is bijvoorbeeld een verschil in levensverwachting van 6 à 7 jaar) brengen deze bevindingen ons een stapje dichter bij een beter begrip van mogelijke oorzaken, want het epigenoom regelt welke stukken in de DNA-code (genen) "aan" of "uit" staan.

De resultaten zijn gepubliceerd in NPJ Science of Learning.

Over de achtergrond van deze publicatie schreef de auteur een Engelstalig blog.

Verschillende media hebben aandacht besteed aan deze publicatie:

 

www.nu.nl/gezondheid/5197310/hogeropgeleiden-hebben-andere-informatie-rond-dna-dan-lageropgeleiden.html

www.standaard.be/cnt/dmf20180328_03435855

www.scientias.nl/genen-van-hoger-en-lageropgeleide-nederlanders-zijn-anders-afgesteld/

www.blikopnieuws.nl/gezondheid/262607/afstelling-genen-verschilt-tussen-hoger-en-lager-opgeleide-nederlanders.html

www.medicalfacts.nl/2018/03/29/afstelling-genen-verschilt-tussen-hoger-en-lager-opgeleide-nederlanders/

vrijetijdamsterdam.nl/lifestyle/afstelling-genen-verschilt-tussen-hoger-en-lager-opgeleide-nederlanders/

Tweelingzussen van 90 jaar schrijven zich in bij het NTR

22/03/2018